Glossarium

Bewarend beslag

Het bewarend beslag laat de ontevreden schuldeiser toe diens rechten te beschermen door de middelen (het vermogen) van de debiteur voor een zekere periode (max. 3 jaar) te blokkeren. Deze procedure voorkomt aldus dat de debiteur zijn middelen kan laten verdwijnen vooraleer een betaling aan de schuldeiser via vrijwillige actie of via een uitvoerbare titel is bekomen.

Het beslag kan betrekking hebben op goederen (roerend beslag), op gebouwen en gronden (onroerend beslag) of op schulden (aangeduid als ‘derdenbeslag’).

Het bewarend beslag zal toegelaten worden door de rechter van inbeslagneming als voorlopige maatregel (de rechter kan voorlopige maatregelen opleggen alvorens uitspraken te doen over de gegrondheid van de zaak), op voorwaarde dat enkele wettelijke condities zijn vervuld: het gaat hier om spoedeisende gevallen (iedere schuldeiser kan in spoedeisende gevallen aan de rechter toelating vragen om op de voor beslag vatbare goederen van zijn schuldenaar bewarend beslag te leggen, Artikel 1414 van het Gerechtelijk Wetboek), en het is noodzakelijk dat de schuld reëel, liquide en vervallen is.

Het beslag kan ook uitgevoerd worden zonder toelating van de rechter in het geval u reeds over een eerder bekomen vonnis beschikt ( Artikel 1414 van het Gerechtelijk Wetboek), of indien u in het bezit bent van een authentieke titel die de verplichting van de debiteur om een specifieke schuld te betalen omvat. In alle andere zaken dient u de toelating van de rechter van inbeslagneming te ontvangen (Artikel 1417 en 1418 van het Gerechtelijk Wetboek).

Updated 30/8/2017

De definities die onder dit punt worden weergegeven reflecteren de Belgische situatie; tenzij anders vermeld. De teksten zijn bedoeld om concepten in dagelijkse taal samen te vatten en dienen niet als alomvattend of definitief te worden begrepen. Suggesties of aanpassingen mogen altijd naar glossary@tcm.be verstuurd worden.