News

Het bewijsregime in burgerlijke en handelszaken

TCM civil and commercial evidenceU bent handelaar en u wordt geconfronteerd met een slechte betaler. Helaas hebt u geen geschreven contract met de debiteur om uw schuldvordering aan te tonen. Wat zijn uw mogelijkheden om deze schuldvordering te bewijzen en uw geld te recupereren?

 

 

 

 Wie moet wat bewijzen ?

In België bepaalt de bewijslast wie de onduidelijkheden in het dossier moet verhelderen. Krachtens artikel 1315 van het Burgerlijk Wetboek, moet de schuldeiser het bestaan van de schuldvordering aantonen terwijl de schuldenaar desgevallend moet aantonen dat de schuld is uitgedoofd.

Het is evenwel mogelijk dat een bijzondere wet de bewijslast omkeert.

Er bestaan twee bewijsregimes :

  • Het bij wet geregelde bewijs, waarbij de wet bepaalt welke bewijsmiddelen zijn toegelaten ;
  • De vrije bewijslevering, waarbij elk bewijsmiddel is toegelaten.

België kent een bij wet geregeld bewijs. Niettemin bestaan er verschillende uitzonderingen die een vrije bewijslevering toelaten:

  • Rechtshandelingen ter waarde van minder dan 375 euro. Bemerk evenwel dat de Kamer een recente hervorming heeft goedgekeurd waarbij het bedrag wordt opgetrokken tot 500 €. Dit betekent dat een verkoop van minder dan 3.500 € bewezen zal kunnen worden met een e-mail, een sms, een getuigenis, en niet meer enkel met een geschrift. Deze hervorming is nog niet in werking getreden maar dit zal op korte termijn wel gebeuren.
  • In handelszaken is het bewijs vrij.
  • In zaken waarin men in de onmogelijkheid verkeert om zich een geschreven bewijs te verschaffen (bv. om familiale redenen).
  • Wanneer sprake is van een begin van bewijs door geschrift. Een ‘geschrift’ is een akte die aan bepaalde vormvereisten is onderworpen. Zo moet zij ondertekend zijn door beide partijen. Sommige geschriften, zoals de schuldbekentenis, zijn aan bijkomende vormvereisten onderworpen, zoals de vermelding “goed voor”. Indien deze vormvereisten niet zijn gerespecteerd, ligt geen geschrift voor, maar wel een begin van bewijs door geschrift. Dit kan dan vrij worden aangevuld met andere bewijsmiddelen.

In beginsel zijn partijen vrij om het bewijsregime tussen hen te regelen. Een dergelijke clausule is evenwel enkel geldig tussen professionele handelaars.

In burgerlijke zaken

In de verhouding tussen particulieren onderling of tussen handelaars en particulieren, is het bewijsregime gereglementeerd bij wet. De wet voorziet in verschillende bewijsmiddelen :

  1. Het geschreven bewijs: er bestaan twee soorten :
    • De authentieke akte: een akte opgesteld door een daartoe bij wet bevoegd persoon (notaris, gerechtsdeurwaarder, …)
    • De onderhandse akte : de akte opgesteld door particulieren (overeenkomsten etc.). Het elektronisch contract wordt ook meer en meer aanvaard.
  2. De getuigenis
  3. Vermoedens: redeneringen waarbij de rechter uit bekende feiten, onbekende feiten kan afleiden.
  4. De bekentenis: wanneer men een feit erkent dat tegen zich wordt aangevoerd. De bekentenis is toelaatbaar in elke zaak zelfs wanneer de wet een geschrift vereist. Let wel, een bekentenis is onherroepelijk.
  5. De eed (wordt minder en minder gebruikt)

 

In handelszaken

Tussen handelaars is het bewijs vrij. Elk bewijsmiddel is toegelaten om een rechtshandeling te bewijzen. Slechts in bepaalde zaken (bv. verzekeringszaken) is een geschrift vereist. Bepaalde contractuele clausules kunnen ook bepalen dat slechts één bewijsmiddel toegelaten is.

Er bestaan niettemin twee bewijsmiddelen eigen aan handelsrelaties :

  1. De factuur

De factuur is het document dat de prijs bevat die aan de crediteur betaald moet worden in het kader van een koop. De factuur an sich is dus een eenzijdig document, zij bewijst als zodanig niets en moet dus vergezeld gaan van een contract, bestelbonnen of andere om een schuldvordering te bewijzen.

De factuur wordt evenwel een bewijsmiddel wanneer zij aanvaard wordt, i.e. wanneer de contractspartij het bestaan van de rechtshandeling en de modaliteiten erkent. Deze aanvaarding kan uitdrukkelijk zijn (mondeling, schriftelijk, …) of stilzwijgend (afwezigheid van protest door de tegenpartij binnen een redelijke termijn).

De wet bepaalt geen enkele vorm voor het protest (mail, brief, mondeling). Het protest moet binnen een redelijke termijn gebeuren, zijnde binnen enkele dagen of weken na de afgifte van de factuur. Een protest na enkele maanden zal niet geldig worden geacht. Wat wanneer de tegenpartij betwist dat ze ooit een factuur heeft ontvangen? In dat geval dient de schuldeiser de afgifte van de factuur te bewijzen.

Kan de stilzwijgende aanvaarding van de factuur ook betrekking hebben op de algemene voorwaarden? De rechtspraak is verdeeld. Een meerderheidsstrekking is van mening dat de afwezigheid van protest van de factuur ook de aanvaarding impliceert van de algemene voorwaarden. Een minderheidsstrekking is van mening dat de schuldeiser moet bewijzen dat zowel de algemene voorwaarden als de factuur aanvaard werden.

Niettemin is de rechtspraak het er over eens dat de algemene voorwaarden niet aanvaard worden geacht wanneer meerdere stappen nodig zijn om van deze algemene voorwaarden kennis te nemen, wanneer zij in een andere taal zijn opgesteld of wanneer ze ongewone of abnormaal zware clausules bevatten.

  1.  De boekhouding

De boekhouding van de partijen kan dienen om het bestaan van een factuur te bewijzen. Opgelet, een ernstig geprotesteerde factuur die in de boekhouding van de schuldeiser voorkomt kan zich tegen hem keren. Zo ook kan een factuur die zich in de boekhouding van de tegenpartij bevindt (per hypothese een handelaar), terwijl de tegenpartij deze factuur had geprotesteerd, munitie geven aan de schuldeiser. In de gevallen waarin de boekhoudingen van de partijen van elkaar verschillen, staan zij op gelijke voet en zullen partijen andere bewijsmiddelen moeten vinden om hun stelling te bewijzen.

Hebt u vragen over wat TCM voor u kan doen? Neem contact met ons op via sales@tcm.be. Wij staan klaar om u te helpen.

Het bewijsregime in burgerlijke en handelszaken

TCM civil and commercial evidenceU bent handelaar en u wordt geconfronteerd met een slechte betaler. Helaas hebt u geen geschreven contract met de debiteur om uw schuldvordering aan te tonen. Wat zijn uw mogelijkheden om deze schuldvordering te bewijzen en uw geld te recupereren?

 

 

 

 Wie moet wat bewijzen ?

In België bepaalt de bewijslast wie de onduidelijkheden in het dossier moet verhelderen. Krachtens artikel 1315 van het Burgerlijk Wetboek, moet de schuldeiser het bestaan van de schuldvordering aantonen terwijl de schuldenaar desgevallend moet aantonen dat de schuld is uitgedoofd.

Het is evenwel mogelijk dat een bijzondere wet de bewijslast omkeert.

Er bestaan twee bewijsregimes :

  • Het bij wet geregelde bewijs, waarbij de wet bepaalt welke bewijsmiddelen zijn toegelaten ;
  • De vrije bewijslevering, waarbij elk bewijsmiddel is toegelaten.

België kent een bij wet geregeld bewijs. Niettemin bestaan er verschillende uitzonderingen die een vrije bewijslevering toelaten:

  • Rechtshandelingen ter waarde van minder dan 375 euro. Bemerk evenwel dat de Kamer een recente hervorming heeft goedgekeurd waarbij het bedrag wordt opgetrokken tot 500 €. Dit betekent dat een verkoop van minder dan 3.500 € bewezen zal kunnen worden met een e-mail, een sms, een getuigenis, en niet meer enkel met een geschrift. Deze hervorming is nog niet in werking getreden maar dit zal op korte termijn wel gebeuren.
  • In handelszaken is het bewijs vrij.
  • In zaken waarin men in de onmogelijkheid verkeert om zich een geschreven bewijs te verschaffen (bv. om familiale redenen).
  • Wanneer sprake is van een begin van bewijs door geschrift. Een ‘geschrift’ is een akte die aan bepaalde vormvereisten is onderworpen. Zo moet zij ondertekend zijn door beide partijen. Sommige geschriften, zoals de schuldbekentenis, zijn aan bijkomende vormvereisten onderworpen, zoals de vermelding “goed voor”. Indien deze vormvereisten niet zijn gerespecteerd, ligt geen geschrift voor, maar wel een begin van bewijs door geschrift. Dit kan dan vrij worden aangevuld met andere bewijsmiddelen.

In beginsel zijn partijen vrij om het bewijsregime tussen hen te regelen. Een dergelijke clausule is evenwel enkel geldig tussen professionele handelaars.

In burgerlijke zaken

In de verhouding tussen particulieren onderling of tussen handelaars en particulieren, is het bewijsregime gereglementeerd bij wet. De wet voorziet in verschillende bewijsmiddelen :

  1. Het geschreven bewijs: er bestaan twee soorten :
    • De authentieke akte: een akte opgesteld door een daartoe bij wet bevoegd persoon (notaris, gerechtsdeurwaarder, …)
    • De onderhandse akte : de akte opgesteld door particulieren (overeenkomsten etc.). Het elektronisch contract wordt ook meer en meer aanvaard.
  2. De getuigenis
  3. Vermoedens: redeneringen waarbij de rechter uit bekende feiten, onbekende feiten kan afleiden.
  4. De bekentenis: wanneer men een feit erkent dat tegen zich wordt aangevoerd. De bekentenis is toelaatbaar in elke zaak zelfs wanneer de wet een geschrift vereist. Let wel, een bekentenis is onherroepelijk.
  5. De eed (wordt minder en minder gebruikt)

 

In handelszaken

Tussen handelaars is het bewijs vrij. Elk bewijsmiddel is toegelaten om een rechtshandeling te bewijzen. Slechts in bepaalde zaken (bv. verzekeringszaken) is een geschrift vereist. Bepaalde contractuele clausules kunnen ook bepalen dat slechts één bewijsmiddel toegelaten is.

Er bestaan niettemin twee bewijsmiddelen eigen aan handelsrelaties :

  1. De factuur

De factuur is het document dat de prijs bevat die aan de crediteur betaald moet worden in het kader van een koop. De factuur an sich is dus een eenzijdig document, zij bewijst als zodanig niets en moet dus vergezeld gaan van een contract, bestelbonnen of andere om een schuldvordering te bewijzen.

De factuur wordt evenwel een bewijsmiddel wanneer zij aanvaard wordt, i.e. wanneer de contractspartij het bestaan van de rechtshandeling en de modaliteiten erkent. Deze aanvaarding kan uitdrukkelijk zijn (mondeling, schriftelijk, …) of stilzwijgend (afwezigheid van protest door de tegenpartij binnen een redelijke termijn).

De wet bepaalt geen enkele vorm voor het protest (mail, brief, mondeling). Het protest moet binnen een redelijke termijn gebeuren, zijnde binnen enkele dagen of weken na de afgifte van de factuur. Een protest na enkele maanden zal niet geldig worden geacht. Wat wanneer de tegenpartij betwist dat ze ooit een factuur heeft ontvangen? In dat geval dient de schuldeiser de afgifte van de factuur te bewijzen.

Kan de stilzwijgende aanvaarding van de factuur ook betrekking hebben op de algemene voorwaarden? De rechtspraak is verdeeld. Een meerderheidsstrekking is van mening dat de afwezigheid van protest van de factuur ook de aanvaarding impliceert van de algemene voorwaarden. Een minderheidsstrekking is van mening dat de schuldeiser moet bewijzen dat zowel de algemene voorwaarden als de factuur aanvaard werden.

Niettemin is de rechtspraak het er over eens dat de algemene voorwaarden niet aanvaard worden geacht wanneer meerdere stappen nodig zijn om van deze algemene voorwaarden kennis te nemen, wanneer zij in een andere taal zijn opgesteld of wanneer ze ongewone of abnormaal zware clausules bevatten.

  1.  De boekhouding

De boekhouding van de partijen kan dienen om het bestaan van een factuur te bewijzen. Opgelet, een ernstig geprotesteerde factuur die in de boekhouding van de schuldeiser voorkomt kan zich tegen hem keren. Zo ook kan een factuur die zich in de boekhouding van de tegenpartij bevindt (per hypothese een handelaar), terwijl de tegenpartij deze factuur had geprotesteerd, munitie geven aan de schuldeiser. In de gevallen waarin de boekhoudingen van de partijen van elkaar verschillen, staan zij op gelijke voet en zullen partijen andere bewijsmiddelen moeten vinden om hun stelling te bewijzen.

Hebt u vragen over wat TCM voor u kan doen? Neem contact met ons op via sales@tcm.be. Wij staan klaar om u te helpen.

News