News

De reële rol van incasso in de strijd tegen schulden (op school)

Op 12/03/2019 heeft TCM onderstaande brief, betreffende schoolfacturen en de samenwerking met incasso, gestuurd naar de betrokken beleidsmakers Jan Durnez (CD&V), Koen Daniëls (n-va), Caroline Gennez (sp.a), Geert Bourgeois (n-va) en Hilde Crevits (CD&V). Doel is om het voorstel tot wijziging van het ‘decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat de inning van schoolfacturen betreft’ af te wijzen, alsook de onjuiste info te wijzigen op het digtaal platform van de overheid inzake GDPR, scholen en hun samenwerking met incasso.

Onderstaand kan u de inhoud van ons schrijven nalezen (of download  SchoolFacturen_TCM_20190312).

school is cool

Beste beleidsmaker,

In het licht van enkele voortdurende maar ook recente politieke uitspraken waardoor onze incassosector steeds opnieuw in een schimmig daglicht wordt geduwd en waarbij een deftige feitencheck ver zoek lijkt, maar ook vanwege de publicatie op het digitale platform van de Vlaamse overheid waarbij het scholen letterlijk afgeraden wordt om met incassobureaus samen te werken omwille van privacy redenen, alsook het Voorstel van decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat de inning van schoolfacturen betreft’ waarbij men de hulp van incasso voor het innen van schoolfacturen wenst te verbieden, zien wij ons genoodzaakt via deze weg te reageren.

Ik leg hier graag de nadruk op reageren, gezien onze incassosector niet eerder werd geconsulteerd om ondersteuning te geven aan Vlaamse politieke beslissingen a.d.h.v. onze expertise inzake de problematiek en opvolging van schulden. Op lokaal niveau (scholengroepen,…) werd TCM Belgium, via haar expertise van het behandelen van 169 000 schoolfacturen doorheen de laatste 10 jaar, nochtans wél reeds om preventieve hulp gevraagd. We lijken m.a.w. gehoord te worden door onze klanten, maar nog niet door de politiek. Via dit schrijven hopen wij hier verandering in te kunnen brengen.

Concreet wensen wij:

1.    dat onze beleidsmakers onze sector niet ongefundeerd schade berokkenen en bewust worden van de goede werking van onze dienst in de strijd tegen schulden (op school).

2.    dat de vernoemde publicatie op het digitale platform wordt verwijderd of minstens wordt gecorrigeerd.

3.    dat het voorstel tot wijziging van ‘het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat de inning van schoolfacturen betreft’ niet wordt gevolgd.

Waarom:

1. Omdat minnelijke incasso de sociale keuze is voor het innen van (school)schulden.

Incasso als de sociale keuze voor het innen van (school)schulden.

Er gaan heel wat verhalen de ronde omtrent incasso. Momenteel smult de pers namelijk van het onuitputtelijke onderwerp ‘onbetaalde schoolfacturen’. Wie zijn ze? Wat doen ze? Wat drijft hen? Maar Jambers zou een hele kluif aan onze sector hebben. Indien men waarheidsgetrouwe info wil tonen, kan men namelijk niet meedeinen op de populistische golf die al enige tijd aan het rollen is. Weg sensatie dus, maar als saai zou ik onze sector niet durven omschrijven. Ik geloof er namelijk sterk in dat we met onze activiteiten hét sociale verschil kunnen maken, en dan misschien zelfs voornamelijk voor schuldenaars.

A. Incassokantoor TCM Belgium werd inmiddels bijna 30 jaar geleden opgericht en maakt deel uit van de internationale koepel TCM Group. Deze koepel hanteert strenge voorwaarden en volgt haar leden ook nauw op. Daarnaast is TCM Belgium ook lid van de Belgische Vereniging van Incasso-ondernemingen (ABR-BVI). Deze beroepsvereniging ziet er tevens op toe dat haar leden een strenge deontologische gedragscode naleven en aan strikte eisen in termen van structuur, liquiditeit en solvabiliteit voldoen.

De afspraken met de ABR-BVI zijn natuurlijk niet het enige nationale kader, sedert 2002 werd onze sector wettelijk gereglementeerd (cfr. wet dd 20/12/2002 m.b.t. de minnelijke invordering van schulden of “WMI”) en uiteraard wordt de sector nauwgezet gecontroleerd door de FOD Economie.

B. Onze hoofdactiviteit focust zich op de minnelijke inning van onbetaalde facturen. Het minnelijk innen heeft geen juridische slagkracht, maar daar ligt ook net onze sterkte. Schuldenaars krijgen de kans om ver weg van de rechtbanken en daaraan vasthangende gerechtskosten een haalbare oplossing te bekomen. Daarnaast worden er op geen enkele manier incassokosten gevraagd aan de schuldenaar. Het is incassobureaus (of enige actor die minnelijk invordert, dus ook advocaten en deurwaarders in die hoedanigheid) namelijk wettelijk niet toegelaten incassokosten/dossierkosten toe te voegen aan de schuld die aan de schuldenaar gevraagd wordt om te betalen.

De dienst die wij aanbieden (door politiekers gretig bestempeld als schuldindustrie) wordt door de opdrachtgever (schuldeiser) om verschillende redenen als een meerwaarde (behoud klantenrelatie, vermijden van gerechtskosten, snelle oplossing, …) aanschouwd en waarvoor deze, zoals in elke andere sector, betaalt. Wat wél wordt gevorderd, zijn de kosten en interesten die in het contract met, of de algemene voorwaarden van, de schuldeiser zijn opgenomen, of die bij wet zijn vastgelegd.

C. De afgelopen 10 jaar werden door TCM Belgium 169 000 Belgische schoolfacturen behandeld (22 000 facturen voor 2018 alleen), dat wil zeggen dat op zoek werd gegaan naar een minnelijke oplossing om de schuld te betalen en dit zonder verdere kosten voor de schuldenaar. Geen enkele klacht van een leerling of ouder werd ontvangen. Indien er echter concrete voorbeelden voorhanden zijn, gelieve deze dan door te geven aan de ABR-BVI en de FOD Economie.

D. In het buitenland, maar ook in Wallonië, wordt het onderwerp ‘incasso en schulden op school’ niet gebruikt in propagandavoering. Er is dus elders weinig commotie hieromtrent voelbaar in het politieke landschap. Wij vragen ons dus af waarom men er in Vlaanderen voor kiest om het probleem van schulden liever bij de aanpak ervan te leggen, in plaats van te focussen op de basis van het probleem.

2. Omdat de publicatie onterecht pretendeert dat de privacywetgeving niet wordt gerespecteerd door de gehele incassosector (en dus ook veralgemeent).

De publicatie inzake de samenwerking tussen scholen en incassobureaus op het digitale platform van de Vlaamse overheid.

De Vlaamse overheid heeft via haar digitaal platform een mijns inziens zeer veralgemenende tekst gepubliceerd die stelt dat een samenwerking met een incassobureau voor het innen van schoolfacturen ‘nog’ niet verboden is, maar vanuit privacy oogpunt niet aangewezen. Zelfs niet bij zogenaamd (u leest het goed) ‘ethische bureaus’. Wanneer scholen dit wel overwegen, zou een verwerkersovereenkomst nodig zijn. Ter verduidelijking:

A. Incassobureaus zijn voornamelijk “controllers” of “verwerkingsverantwoordelijken”, met als enige uitzondering het geval dat de opdracht beperkt is tot een welomschreven taak (het zenden van een aanmaning bijvoorbeeld).

Uiteraard past TCM Belgium (op eigen initiatief maar tevens als lid van de ABR-BVI) alle wetten toe die betrekkingen hebben op hun activiteiten.  De GDPR heeft een wettelijke draagkracht, logischerwijs volgen de leden ook deze bepalingen concreet op.  Daarom is het onnodig om dat ook nog eens in een contract te bevestigen. Niettemin is TCM Belgium bereid om  contractueel nogmaals te bevestigen dat zij wetten (cfr. GDPR) toepassen.

B. TCM Belgium is dus volledig GDPR-compliant (sinds mei 2018) dankzij de samenwerking tussen de ABR-BVI en de Privacycommissie, waarbij wij een gedragscode, specifiek voor GDPR, hebben ondertekend. Onze beroepsvereniging was trouwens de eerste in België die dit proces klaar had in mei 2018, toen de GDPR in Europa in werking trad. De gevaren waarop in het antwoord op het digitale platform wordt gewezen zijn ongefundeerd: de gegevens worden door de invorderaar enkel gebruikt voor die specifieke schuld, de gegevens worden nadien trouwens verwijderd conform de wetgeving en code, ze worden niet overgedragen of verkocht en er worden helemaal geen ‘profielen van ouders’ opgemaakt. Opnieuw, indien er echter concrete voorbeelden voorhanden zijn, gelieve deze dan door te geven aan de ABR-BVI en de FOD Economie.

3. Omdat wij niet begrijpen wat ethischer is aan een standaard dossierkost van 150 EUR (dan ook nog te betalen door de schuldenaar).

Wat verstaat de Vlaamse overheid onder ‘ethisch innen’?

Ik heb al meerdere malen politiekers horen verkondigen dat zij niet tegen een ‘ethische inning’ van schulden zijn. De algemene politieke consensus is dat schulden moeten betaald worden. Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) formuleerde tijdens de commissievergadering van 1/03/18 hieromtrent het volgende: “Ook is ethische schuldinning op scholen oké, maar enkel als dat relevant is. Nog eens, niet alle openstaande rekeningen zijn een gevolg van armoede. Er zijn ook vergeetachtige mensen, of principiële mensen. Je moet ze echter wel uit elkaar kunnen halen en daar op een gepaste wijze mee omgaan. (…) Er zijn mensen die niet kunnen en mensen die niet willen betalen. We moeten ervoor zorgen dat niemand denkt dat hij niet meer moet betalen. Als er rekeningen zijn, moeten ze ook worden betaald.”

A. Wij krijgen binnen de sector helaas de indruk dat de beleidsmakers niet volledig op de hoogte zijn van de werking van incasso. Het voorbeeld dat Vlaams volksvertegenwoordiger en lid van de Commissie Onderwijs & Vorming Caroline Gennez (sp.a) tijdens die commissievergadering aanhaalde om te onderlijnen dat torenhoge kosten worden toegevoegd aan de oorspronkelijke schuld, lijkt ons ongefundeerd. Voor de betaling van een boek van EUR 49, zou de schuldenaar uiteindelijk na tal van aanmaningen EUR 248 moeten betalen. Kunnen de feiten achter dit voorbeeld doorgestuurd worden naar de ABR-BVI en FOD Economie?

Enkel kosten en interesten die in de algemene voorwaarden van de schuldeiser of bij wet zijn vastgelegd, kunnen namelijk gevraagd worden (zie uitleg onder punt 1.B.). Indien eerder vermelde voorbeeld effectief voorgevallen is, dan is het jammer een gehele sector te verdoemen voor de uitschieter(s) van specifieke spelers. Nogmaals, onze beroepsvereniging heeft in ieder geval nog geen enkele klacht ontvangen.

Ook stelt minister Hilde Crevits in diezelfde commissievergadering geen voorstander te zijn van incassobureaus als oplossing: “Ik was gisteren [28/02/18] gechoqueerd toen ik zag [cfr. Pano-reportage] welke kostencarrousel dit met zich mee kan brengen. Het is aangewezen ethische alternatieven te zoeken. (…) Minister Peeters, de federale bevoegde minister, werkt aan een verscherping van de regels voor incassobureaus. Dat is een mooi principe. Een principe dat voor mij handig zou zijn, is dat de administratieve kosten nooit hoger dan de schuld zelf kunnen zijn”. Wij verwijzen hiervoor dus alweer naar de uitleg onder 1.B. Administratiekosten/dossierkosten van incassobureaus worden helemaal niet van schuldenaars gevorderd.

B. Waarom wordt een standaard instapkost/dossierkost van 150 EUR/dossier als een ethischere aanpak aanzien door de Vlaamse Overheid? Caroline Gennez lijkt zich alvast de vraag te stellen of een dossierkost van 150 EUR niet voorbijgaat aan het indijken van het probleem van kosten bij schulden in haar antwoord aan minister Hilde Crevits tijdens die commissievergadering:

“Een derde element van uw antwoord betreft MyTrustO [commercieel deurwaardersinitiatief (en dus geen incassobureau) dat de Vlaamse overheid onder de arm heeft genomen in de strijd tegen schulden op school, kaderend in het STOS-project]. U zegt dat we die voor 50.000 euro zullen subsidiëren. Uiteraard geven wij alle steun aan een organisatie die inzet op het menswaardig innen van schulden. (…) Maar we hebben toch ook een signaal gekregen van armoedeorganisaties, meer bepaald van het Netwerk tegen Armoede, over de werking van MyTrustO. Zij geven wat bezorgdheden aan, namelijk het feit dat MyTrustO stelt: ‘Mensen in armoede zijn niet onze doelgroep, maar wel mensen die zich boven de armoedegrens bevinden. De anderen moeten maar via het OCMW worden opgevolgd.’

Bovendien vraagt MyTrustO blijkbaar een instapkost van 150 euro aan de schuldenaar en dan nog eens een maandelijkse afhandelingskost van 90 euro. Zij zeggen dat dat erg veel is, ook voor mensen die zich net boven de armoedegrens bevinden. Want we klagen aan dat er kosten bij komen via intermediairen, die niet bijvoorbeeld de kost van de boeken dekken, maar wel van het incassobureau of van de deurwaarder.

Maar blijkbaar vraagt MyTrustO zelf ook een instapkost. Ik was me daar tot vandaag eerlijk gezegd niet van bewust. Maar dat lijkt me toch een risico te zijn. Het is zelf een vereniging van gerechtsdeurwaarders. De heer Van Buggenhout was gisteren te zien in de Panoreportage. Zij zetten inderdaad in op bemiddeling en menswaardig innen. Maar die intermediaire kost is bij MyTrustO ook aan de orde. Het is toch wel een probleem dat, als we dan subsidiëren, daar een kost tegenover staat die wordt afgewenteld op de ouders die in schulden zitten.”

Tijdens het lezen van de notulen van de aangehaalde commissievergadering was ook ik verbaasd te lezen dat er blijkbaar een subsidie kon bekomen worden. Wat waren dan de toekenningscriteria hiervoor?

4. Omdat het voorstel tot het verbod van samenwerking tussen incassobureaus en scholen niet gefundeerd is.

Het voorstel tot het verbod van samenwerking tussen incassobureaus en scholen.

De reflectie die Caroline Gennez in bovenstaande stuk maakt lijkt niet doorgetrokken te worden in haar vijf punten plan inzake een meer betaalbare schoolfactuur en haar “Voorstel van decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat de inning van schoolfacturen betreft. Als eerste punt in haar plan haalt Caroline Gennez het verbod op incassobureaus in het onderwijs aan. Zij meldt daarin echter geen bezwaar te hebben tegen het menswaardig innen van schulden: “Het proefproject dat de minister [Crevits] lanceerde om scholen te overtuigen via MyTrustO tot een meer menswaardigere inning te komen, is lovenswaardig maar hangt volledig af van de goodwill van scholen. Dit project bereikt vandaag slechts een tiental scholen over geheel Vlaanderen”. Wederom stellen wij ons dus de vraag, in lijn met de eigen uiteenzetting van Caroline Gennez onder punt 3.B., wat menswaardiger is aan deze aanpak.

Ter verdediging van haar voorstel tot verbod van incassobureaus voor schoolfacturen, stelt Caroline Gennez dat de werkwijze van onze incassosector haaks staat op de vertrouwensrelatie met de school. Op welke feiten is deze stelling gebaseerd? Dat is in ieder geval een erg merkwaardige opmerking, gezien incassobureaus optreden als tussenpersoon en in die hoedanigheid de vertrouwensrelatie net kunnen behouden tussen schuldeiser en schuldenaar (en dan zeker in het geval van onbetaalde schoolfacturen). De schuldeiser kan zich blijven toeleggen op haar kerntaken, zonder zich te verbranden aan gevoelige materie zoals onbetaalde facturen.

In haar effectieve voorstel ter wijziging van het “decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat de inning van schoolfacturen betreft” wordt er zelfs het volgende geschreven: “Vaak blijken die incassobureau zeer agressief om te gaan met mensen met schuldoverlast (…) Een menswaardige, minnelijke invordering van schulden moet dan ook centraal staan. Minnelijke invordering wordt in dit voorstel van decreet begrepen zoals is beschreven in artikel 2, 1°, van de wet van 20 december 2002 betreffende de invordering van schulden van de consument, namelijk: “iedere handeling of praktijk die tot doel heeft de schuldenaar ertoe aan te zetten een onbetaalde schuld te betalen, buiten iedere invordering op grond van een uitvoerbare titel om” (…) Zowel voor het basisonderwijs als voor het secundair onderwijs stelt dit voorstel van decreet dat minnelijke invordering alleen mag gebeuren via een ministerieel ambtenaar of een gerechtelijk mandataris in de uitoefening van zijn beroep of ambt. Dat sluit het inschakelen van incassobureaus uit”.

Waarom verkiezen beleidsmakers Caroline Gennez en Hilde Crevits een oplossing die effectief kosten teweegbrengt bij de schuldenaar? Incassobureaus volgen de minnelijke weg en rekenen geen administratie- of instapkosten aan de debiteur aan. Als een wolf in schaapskleren wordt de oplossing van Caroline Gennez en Hilde Crevits als een menslievend alternatief naar voren geschoven. Daarnaast vragen wij opnieuw om de feiten achter de bewering dat incassobureaus agressief te werk gaan te ontvangen. Het is heden toch wel gebleken hoe belangrijk een deftige feitencheck wel niet is?

5. Omdat de incassosector een preventieve rol speelt inzake schulden op school

De rol van incasso in preventie en opvolging van schulden op school.

Het aanpakken van de (kinder)armoede wordt binnen elke partij hoog in het vaandel gedragen. Of toch minstens het verkondigen dat er een problematiek is. Maar door als eerste met de vinger naar de ‘schuldindustrie’ te wijzen, lijkt ons wel een heel simplistische en eerder populistische voorstelling van de materie. Minister Hilde Crevits maakt zelfs een zeer opvallend onderscheid tijdens de commissievergadering ”Ik zou een onderscheid willen maken tussen de kosten die de school aanrekent, hoe ze dat doet en hoe de schuldenindustrie daarop inspeelt (…) Eén punt is: hoe reken ik de kosten aan? (…) Tweede punt: hoe gaat de schuldenindustrie daarmee om?”.

Incassobureaus fungeren als een verlengde van de interne werking van haar opdrachtgevers en werken op een volledig correcte, ethische en wettelijke manier (cfr. 1.A.). Er is dus weinig ‘speling’ mogelijk of zelfs wenselijk. Wanneer de schuldeisers trouwens scholen betreffen, zijn het vaak nét onze leden die de scholen begeleiden in het correct opstellen van facturen/aanmaningen (bvb. het verwijderen van aangerekende administratiekosten door de school indien dit nergens correct staat aangegeven), zodoende het incassoproces op een correcte basis te laten verlopen.

A. Niet de incassokantoren zijn hier het probleem, maar wel de facturen. Inhoudelijke debatten over het aanpakken en inperken van de schoolkosten of het al dan niet afschaffen van schoolfacturen zijn hier eerder op zijn plaats en worden, zowel in het parlement als binnen de incassosector, reeds gevoerd. Verschillende incassoleden van de ABR-BVI spelen reeds jaren een belangrijke rol binnen het preventieve beleid rond onbetaalde schoolrekeningen. Zo heeft TCM Belgium reeds samengewerkt met het VVKSO, alsook geven wij jaarlijks nog steeds in samenspraak met het CNO (centrum nascholing onderwijs) opleidingen georganiseerd die scholen preventief bijstaan.

B. De incassosector wordt maar al te vaak geportretteerd als de boeman, maar is wél de minnelijke partner die het verschil kan maken voor de ouders in moeilijkheden. Dossiers worden op die manier weg van de rechtbanken gehouden. Incassobureaus hebben er alle baat bij om een minnelijk traject volledig uit te putten.

Kortom, wij hopen dat u rekening houdt met de inhoud van onderhavig schrijven en de concrete wensen, die wij steeds bereid zijn verder toe te lichten, tegemoet te komen.

In elk geval zouden we graag minstens gehoord worden wanneer de regering dan wel een parlementair ontwerp, dan wel een voorstel van decreet indient dewelke onze sector zo ingrijpend raakt.

Met vriendelijke groeten,
Etienne van der Vaeren, CEO, nv TCM Belgium sa, 12 maart 2019

De reële rol van incasso in de strijd tegen schulden (op school)

Op 12/03/2019 heeft TCM onderstaande brief, betreffende schoolfacturen en de samenwerking met incasso, gestuurd naar de betrokken beleidsmakers Jan Durnez (CD&V), Koen Daniëls (n-va), Caroline Gennez (sp.a), Geert Bourgeois (n-va) en Hilde Crevits (CD&V). Doel is om het voorstel tot wijziging van het ‘decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat de inning van schoolfacturen betreft’ af te wijzen, alsook de onjuiste info te wijzigen op het digtaal platform van de overheid inzake GDPR, scholen en hun samenwerking met incasso.

Onderstaand kan u de inhoud van ons schrijven nalezen (of download  SchoolFacturen_TCM_20190312).

school is cool

Beste beleidsmaker,

In het licht van enkele voortdurende maar ook recente politieke uitspraken waardoor onze incassosector steeds opnieuw in een schimmig daglicht wordt geduwd en waarbij een deftige feitencheck ver zoek lijkt, maar ook vanwege de publicatie op het digitale platform van de Vlaamse overheid waarbij het scholen letterlijk afgeraden wordt om met incassobureaus samen te werken omwille van privacy redenen, alsook het Voorstel van decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat de inning van schoolfacturen betreft’ waarbij men de hulp van incasso voor het innen van schoolfacturen wenst te verbieden, zien wij ons genoodzaakt via deze weg te reageren.

Ik leg hier graag de nadruk op reageren, gezien onze incassosector niet eerder werd geconsulteerd om ondersteuning te geven aan Vlaamse politieke beslissingen a.d.h.v. onze expertise inzake de problematiek en opvolging van schulden. Op lokaal niveau (scholengroepen,…) werd TCM Belgium, via haar expertise van het behandelen van 169 000 schoolfacturen doorheen de laatste 10 jaar, nochtans wél reeds om preventieve hulp gevraagd. We lijken m.a.w. gehoord te worden door onze klanten, maar nog niet door de politiek. Via dit schrijven hopen wij hier verandering in te kunnen brengen.

Concreet wensen wij:

1.    dat onze beleidsmakers onze sector niet ongefundeerd schade berokkenen en bewust worden van de goede werking van onze dienst in de strijd tegen schulden (op school).

2.    dat de vernoemde publicatie op het digitale platform wordt verwijderd of minstens wordt gecorrigeerd.

3.    dat het voorstel tot wijziging van ‘het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat de inning van schoolfacturen betreft’ niet wordt gevolgd.

Waarom:

1. Omdat minnelijke incasso de sociale keuze is voor het innen van (school)schulden.

Incasso als de sociale keuze voor het innen van (school)schulden.

Er gaan heel wat verhalen de ronde omtrent incasso. Momenteel smult de pers namelijk van het onuitputtelijke onderwerp ‘onbetaalde schoolfacturen’. Wie zijn ze? Wat doen ze? Wat drijft hen? Maar Jambers zou een hele kluif aan onze sector hebben. Indien men waarheidsgetrouwe info wil tonen, kan men namelijk niet meedeinen op de populistische golf die al enige tijd aan het rollen is. Weg sensatie dus, maar als saai zou ik onze sector niet durven omschrijven. Ik geloof er namelijk sterk in dat we met onze activiteiten hét sociale verschil kunnen maken, en dan misschien zelfs voornamelijk voor schuldenaars.

A. Incassokantoor TCM Belgium werd inmiddels bijna 30 jaar geleden opgericht en maakt deel uit van de internationale koepel TCM Group. Deze koepel hanteert strenge voorwaarden en volgt haar leden ook nauw op. Daarnaast is TCM Belgium ook lid van de Belgische Vereniging van Incasso-ondernemingen (ABR-BVI). Deze beroepsvereniging ziet er tevens op toe dat haar leden een strenge deontologische gedragscode naleven en aan strikte eisen in termen van structuur, liquiditeit en solvabiliteit voldoen.

De afspraken met de ABR-BVI zijn natuurlijk niet het enige nationale kader, sedert 2002 werd onze sector wettelijk gereglementeerd (cfr. wet dd 20/12/2002 m.b.t. de minnelijke invordering van schulden of “WMI”) en uiteraard wordt de sector nauwgezet gecontroleerd door de FOD Economie.

B. Onze hoofdactiviteit focust zich op de minnelijke inning van onbetaalde facturen. Het minnelijk innen heeft geen juridische slagkracht, maar daar ligt ook net onze sterkte. Schuldenaars krijgen de kans om ver weg van de rechtbanken en daaraan vasthangende gerechtskosten een haalbare oplossing te bekomen. Daarnaast worden er op geen enkele manier incassokosten gevraagd aan de schuldenaar. Het is incassobureaus (of enige actor die minnelijk invordert, dus ook advocaten en deurwaarders in die hoedanigheid) namelijk wettelijk niet toegelaten incassokosten/dossierkosten toe te voegen aan de schuld die aan de schuldenaar gevraagd wordt om te betalen.

De dienst die wij aanbieden (door politiekers gretig bestempeld als schuldindustrie) wordt door de opdrachtgever (schuldeiser) om verschillende redenen als een meerwaarde (behoud klantenrelatie, vermijden van gerechtskosten, snelle oplossing, …) aanschouwd en waarvoor deze, zoals in elke andere sector, betaalt. Wat wél wordt gevorderd, zijn de kosten en interesten die in het contract met, of de algemene voorwaarden van, de schuldeiser zijn opgenomen, of die bij wet zijn vastgelegd.

C. De afgelopen 10 jaar werden door TCM Belgium 169 000 Belgische schoolfacturen behandeld (22 000 facturen voor 2018 alleen), dat wil zeggen dat op zoek werd gegaan naar een minnelijke oplossing om de schuld te betalen en dit zonder verdere kosten voor de schuldenaar. Geen enkele klacht van een leerling of ouder werd ontvangen. Indien er echter concrete voorbeelden voorhanden zijn, gelieve deze dan door te geven aan de ABR-BVI en de FOD Economie.

D. In het buitenland, maar ook in Wallonië, wordt het onderwerp ‘incasso en schulden op school’ niet gebruikt in propagandavoering. Er is dus elders weinig commotie hieromtrent voelbaar in het politieke landschap. Wij vragen ons dus af waarom men er in Vlaanderen voor kiest om het probleem van schulden liever bij de aanpak ervan te leggen, in plaats van te focussen op de basis van het probleem.

2. Omdat de publicatie onterecht pretendeert dat de privacywetgeving niet wordt gerespecteerd door de gehele incassosector (en dus ook veralgemeent).

De publicatie inzake de samenwerking tussen scholen en incassobureaus op het digitale platform van de Vlaamse overheid.

De Vlaamse overheid heeft via haar digitaal platform een mijns inziens zeer veralgemenende tekst gepubliceerd die stelt dat een samenwerking met een incassobureau voor het innen van schoolfacturen ‘nog’ niet verboden is, maar vanuit privacy oogpunt niet aangewezen. Zelfs niet bij zogenaamd (u leest het goed) ‘ethische bureaus’. Wanneer scholen dit wel overwegen, zou een verwerkersovereenkomst nodig zijn. Ter verduidelijking:

A. Incassobureaus zijn voornamelijk “controllers” of “verwerkingsverantwoordelijken”, met als enige uitzondering het geval dat de opdracht beperkt is tot een welomschreven taak (het zenden van een aanmaning bijvoorbeeld).

Uiteraard past TCM Belgium (op eigen initiatief maar tevens als lid van de ABR-BVI) alle wetten toe die betrekkingen hebben op hun activiteiten.  De GDPR heeft een wettelijke draagkracht, logischerwijs volgen de leden ook deze bepalingen concreet op.  Daarom is het onnodig om dat ook nog eens in een contract te bevestigen. Niettemin is TCM Belgium bereid om  contractueel nogmaals te bevestigen dat zij wetten (cfr. GDPR) toepassen.

B. TCM Belgium is dus volledig GDPR-compliant (sinds mei 2018) dankzij de samenwerking tussen de ABR-BVI en de Privacycommissie, waarbij wij een gedragscode, specifiek voor GDPR, hebben ondertekend. Onze beroepsvereniging was trouwens de eerste in België die dit proces klaar had in mei 2018, toen de GDPR in Europa in werking trad. De gevaren waarop in het antwoord op het digitale platform wordt gewezen zijn ongefundeerd: de gegevens worden door de invorderaar enkel gebruikt voor die specifieke schuld, de gegevens worden nadien trouwens verwijderd conform de wetgeving en code, ze worden niet overgedragen of verkocht en er worden helemaal geen ‘profielen van ouders’ opgemaakt. Opnieuw, indien er echter concrete voorbeelden voorhanden zijn, gelieve deze dan door te geven aan de ABR-BVI en de FOD Economie.

3. Omdat wij niet begrijpen wat ethischer is aan een standaard dossierkost van 150 EUR (dan ook nog te betalen door de schuldenaar).

Wat verstaat de Vlaamse overheid onder ‘ethisch innen’?

Ik heb al meerdere malen politiekers horen verkondigen dat zij niet tegen een ‘ethische inning’ van schulden zijn. De algemene politieke consensus is dat schulden moeten betaald worden. Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) formuleerde tijdens de commissievergadering van 1/03/18 hieromtrent het volgende: “Ook is ethische schuldinning op scholen oké, maar enkel als dat relevant is. Nog eens, niet alle openstaande rekeningen zijn een gevolg van armoede. Er zijn ook vergeetachtige mensen, of principiële mensen. Je moet ze echter wel uit elkaar kunnen halen en daar op een gepaste wijze mee omgaan. (…) Er zijn mensen die niet kunnen en mensen die niet willen betalen. We moeten ervoor zorgen dat niemand denkt dat hij niet meer moet betalen. Als er rekeningen zijn, moeten ze ook worden betaald.”

A. Wij krijgen binnen de sector helaas de indruk dat de beleidsmakers niet volledig op de hoogte zijn van de werking van incasso. Het voorbeeld dat Vlaams volksvertegenwoordiger en lid van de Commissie Onderwijs & Vorming Caroline Gennez (sp.a) tijdens die commissievergadering aanhaalde om te onderlijnen dat torenhoge kosten worden toegevoegd aan de oorspronkelijke schuld, lijkt ons ongefundeerd. Voor de betaling van een boek van EUR 49, zou de schuldenaar uiteindelijk na tal van aanmaningen EUR 248 moeten betalen. Kunnen de feiten achter dit voorbeeld doorgestuurd worden naar de ABR-BVI en FOD Economie?

Enkel kosten en interesten die in de algemene voorwaarden van de schuldeiser of bij wet zijn vastgelegd, kunnen namelijk gevraagd worden (zie uitleg onder punt 1.B.). Indien eerder vermelde voorbeeld effectief voorgevallen is, dan is het jammer een gehele sector te verdoemen voor de uitschieter(s) van specifieke spelers. Nogmaals, onze beroepsvereniging heeft in ieder geval nog geen enkele klacht ontvangen.

Ook stelt minister Hilde Crevits in diezelfde commissievergadering geen voorstander te zijn van incassobureaus als oplossing: “Ik was gisteren [28/02/18] gechoqueerd toen ik zag [cfr. Pano-reportage] welke kostencarrousel dit met zich mee kan brengen. Het is aangewezen ethische alternatieven te zoeken. (…) Minister Peeters, de federale bevoegde minister, werkt aan een verscherping van de regels voor incassobureaus. Dat is een mooi principe. Een principe dat voor mij handig zou zijn, is dat de administratieve kosten nooit hoger dan de schuld zelf kunnen zijn”. Wij verwijzen hiervoor dus alweer naar de uitleg onder 1.B. Administratiekosten/dossierkosten van incassobureaus worden helemaal niet van schuldenaars gevorderd.

B. Waarom wordt een standaard instapkost/dossierkost van 150 EUR/dossier als een ethischere aanpak aanzien door de Vlaamse Overheid? Caroline Gennez lijkt zich alvast de vraag te stellen of een dossierkost van 150 EUR niet voorbijgaat aan het indijken van het probleem van kosten bij schulden in haar antwoord aan minister Hilde Crevits tijdens die commissievergadering:

“Een derde element van uw antwoord betreft MyTrustO [commercieel deurwaardersinitiatief (en dus geen incassobureau) dat de Vlaamse overheid onder de arm heeft genomen in de strijd tegen schulden op school, kaderend in het STOS-project]. U zegt dat we die voor 50.000 euro zullen subsidiëren. Uiteraard geven wij alle steun aan een organisatie die inzet op het menswaardig innen van schulden. (…) Maar we hebben toch ook een signaal gekregen van armoedeorganisaties, meer bepaald van het Netwerk tegen Armoede, over de werking van MyTrustO. Zij geven wat bezorgdheden aan, namelijk het feit dat MyTrustO stelt: ‘Mensen in armoede zijn niet onze doelgroep, maar wel mensen die zich boven de armoedegrens bevinden. De anderen moeten maar via het OCMW worden opgevolgd.’

Bovendien vraagt MyTrustO blijkbaar een instapkost van 150 euro aan de schuldenaar en dan nog eens een maandelijkse afhandelingskost van 90 euro. Zij zeggen dat dat erg veel is, ook voor mensen die zich net boven de armoedegrens bevinden. Want we klagen aan dat er kosten bij komen via intermediairen, die niet bijvoorbeeld de kost van de boeken dekken, maar wel van het incassobureau of van de deurwaarder.

Maar blijkbaar vraagt MyTrustO zelf ook een instapkost. Ik was me daar tot vandaag eerlijk gezegd niet van bewust. Maar dat lijkt me toch een risico te zijn. Het is zelf een vereniging van gerechtsdeurwaarders. De heer Van Buggenhout was gisteren te zien in de Panoreportage. Zij zetten inderdaad in op bemiddeling en menswaardig innen. Maar die intermediaire kost is bij MyTrustO ook aan de orde. Het is toch wel een probleem dat, als we dan subsidiëren, daar een kost tegenover staat die wordt afgewenteld op de ouders die in schulden zitten.”

Tijdens het lezen van de notulen van de aangehaalde commissievergadering was ook ik verbaasd te lezen dat er blijkbaar een subsidie kon bekomen worden. Wat waren dan de toekenningscriteria hiervoor?

4. Omdat het voorstel tot het verbod van samenwerking tussen incassobureaus en scholen niet gefundeerd is.

Het voorstel tot het verbod van samenwerking tussen incassobureaus en scholen.

De reflectie die Caroline Gennez in bovenstaande stuk maakt lijkt niet doorgetrokken te worden in haar vijf punten plan inzake een meer betaalbare schoolfactuur en haar “Voorstel van decreet houdende wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat de inning van schoolfacturen betreft. Als eerste punt in haar plan haalt Caroline Gennez het verbod op incassobureaus in het onderwijs aan. Zij meldt daarin echter geen bezwaar te hebben tegen het menswaardig innen van schulden: “Het proefproject dat de minister [Crevits] lanceerde om scholen te overtuigen via MyTrustO tot een meer menswaardigere inning te komen, is lovenswaardig maar hangt volledig af van de goodwill van scholen. Dit project bereikt vandaag slechts een tiental scholen over geheel Vlaanderen”. Wederom stellen wij ons dus de vraag, in lijn met de eigen uiteenzetting van Caroline Gennez onder punt 3.B., wat menswaardiger is aan deze aanpak.

Ter verdediging van haar voorstel tot verbod van incassobureaus voor schoolfacturen, stelt Caroline Gennez dat de werkwijze van onze incassosector haaks staat op de vertrouwensrelatie met de school. Op welke feiten is deze stelling gebaseerd? Dat is in ieder geval een erg merkwaardige opmerking, gezien incassobureaus optreden als tussenpersoon en in die hoedanigheid de vertrouwensrelatie net kunnen behouden tussen schuldeiser en schuldenaar (en dan zeker in het geval van onbetaalde schoolfacturen). De schuldeiser kan zich blijven toeleggen op haar kerntaken, zonder zich te verbranden aan gevoelige materie zoals onbetaalde facturen.

In haar effectieve voorstel ter wijziging van het “decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat de inning van schoolfacturen betreft” wordt er zelfs het volgende geschreven: “Vaak blijken die incassobureau zeer agressief om te gaan met mensen met schuldoverlast (…) Een menswaardige, minnelijke invordering van schulden moet dan ook centraal staan. Minnelijke invordering wordt in dit voorstel van decreet begrepen zoals is beschreven in artikel 2, 1°, van de wet van 20 december 2002 betreffende de invordering van schulden van de consument, namelijk: “iedere handeling of praktijk die tot doel heeft de schuldenaar ertoe aan te zetten een onbetaalde schuld te betalen, buiten iedere invordering op grond van een uitvoerbare titel om” (…) Zowel voor het basisonderwijs als voor het secundair onderwijs stelt dit voorstel van decreet dat minnelijke invordering alleen mag gebeuren via een ministerieel ambtenaar of een gerechtelijk mandataris in de uitoefening van zijn beroep of ambt. Dat sluit het inschakelen van incassobureaus uit”.

Waarom verkiezen beleidsmakers Caroline Gennez en Hilde Crevits een oplossing die effectief kosten teweegbrengt bij de schuldenaar? Incassobureaus volgen de minnelijke weg en rekenen geen administratie- of instapkosten aan de debiteur aan. Als een wolf in schaapskleren wordt de oplossing van Caroline Gennez en Hilde Crevits als een menslievend alternatief naar voren geschoven. Daarnaast vragen wij opnieuw om de feiten achter de bewering dat incassobureaus agressief te werk gaan te ontvangen. Het is heden toch wel gebleken hoe belangrijk een deftige feitencheck wel niet is?

5. Omdat de incassosector een preventieve rol speelt inzake schulden op school

De rol van incasso in preventie en opvolging van schulden op school.

Het aanpakken van de (kinder)armoede wordt binnen elke partij hoog in het vaandel gedragen. Of toch minstens het verkondigen dat er een problematiek is. Maar door als eerste met de vinger naar de ‘schuldindustrie’ te wijzen, lijkt ons wel een heel simplistische en eerder populistische voorstelling van de materie. Minister Hilde Crevits maakt zelfs een zeer opvallend onderscheid tijdens de commissievergadering ”Ik zou een onderscheid willen maken tussen de kosten die de school aanrekent, hoe ze dat doet en hoe de schuldenindustrie daarop inspeelt (…) Eén punt is: hoe reken ik de kosten aan? (…) Tweede punt: hoe gaat de schuldenindustrie daarmee om?”.

Incassobureaus fungeren als een verlengde van de interne werking van haar opdrachtgevers en werken op een volledig correcte, ethische en wettelijke manier (cfr. 1.A.). Er is dus weinig ‘speling’ mogelijk of zelfs wenselijk. Wanneer de schuldeisers trouwens scholen betreffen, zijn het vaak nét onze leden die de scholen begeleiden in het correct opstellen van facturen/aanmaningen (bvb. het verwijderen van aangerekende administratiekosten door de school indien dit nergens correct staat aangegeven), zodoende het incassoproces op een correcte basis te laten verlopen.

A. Niet de incassokantoren zijn hier het probleem, maar wel de facturen. Inhoudelijke debatten over het aanpakken en inperken van de schoolkosten of het al dan niet afschaffen van schoolfacturen zijn hier eerder op zijn plaats en worden, zowel in het parlement als binnen de incassosector, reeds gevoerd. Verschillende incassoleden van de ABR-BVI spelen reeds jaren een belangrijke rol binnen het preventieve beleid rond onbetaalde schoolrekeningen. Zo heeft TCM Belgium reeds samengewerkt met het VVKSO, alsook geven wij jaarlijks nog steeds in samenspraak met het CNO (centrum nascholing onderwijs) opleidingen georganiseerd die scholen preventief bijstaan.

B. De incassosector wordt maar al te vaak geportretteerd als de boeman, maar is wél de minnelijke partner die het verschil kan maken voor de ouders in moeilijkheden. Dossiers worden op die manier weg van de rechtbanken gehouden. Incassobureaus hebben er alle baat bij om een minnelijk traject volledig uit te putten.

Kortom, wij hopen dat u rekening houdt met de inhoud van onderhavig schrijven en de concrete wensen, die wij steeds bereid zijn verder toe te lichten, tegemoet te komen.

In elk geval zouden we graag minstens gehoord worden wanneer de regering dan wel een parlementair ontwerp, dan wel een voorstel van decreet indient dewelke onze sector zo ingrijpend raakt.

Met vriendelijke groeten,
Etienne van der Vaeren, CEO, nv TCM Belgium sa, 12 maart 2019

News