Glossarium

Gerechtelijke inning

Een gerechtelijke inning is een gerechtelijke procedure waarbij een beroep wordt gedaan op een bevoegde rechtbank om een onbetaalde geldsom terug te krijgen.

De schuldeiser zal over het algemeen eerst proberen om het aan hem verschuldigde bedrag zonder gerechtelijke tussenkomst terug te krijgen. Pas wanneer die poging tot minnelijke invordering (herinnering, ingebrekestelling, bezoek …) geen vruchten afwerpt, zal de schuldeiser gewoonlijk een rechtsvordering instellen.

De hoedanigheid van de nalatige schuldenaar zal bepalen welke rechtbank (rechtbank van koophandel, vrederechter…) de zaak zal behandelen. Als het gaat om een btw-plichtige handelaar, dan moeten we ons wenden tot de rechtbank van koophandel. In het geval van een natuurlijke persoon komt de zaak voor de vrederechter indien er zoals in de meeste gevallen sprake is van een schuldvordering lager dan 2500 EUR (de vrederechter heeft immers speciale of exclusieve bevoegdheden zoals huurovereenkomsten en summiere rechtspleging om de betaling te bevelen van bedragen tot 1860 EUR). Zo niet, wordt de zaak voor de rechtbank van eerste aanleg gebracht. Een gerechtsdeurwaarder zal de dagvaarding aan de schuldenaar bezorgen. Die laatste is dan officieel op de hoogte van het feit dat de schuldeiser gerechtelijke stappen zal ondernemen om de betaling van het aan hem verschuldigde bedrag te verkrijgen.

Door de zaak voor de rechtbank te brengen, wil de schuldeiser ook een executoriale titel bekomen om het bestaan van de schuld, de schuldenaar en het verschuldigde bedrag met zekerheid vast te stellen.

Updated 03/07/2018

De definities die onder dit punt worden weergegeven reflecteren de Belgische situatie; tenzij anders vermeld. De teksten zijn bedoeld om concepten in dagelijkse taal samen te vatten en dienen niet als alomvattend of definitief te worden begrepen. Suggesties of aanpassingen mogen altijd naar glossary@tcm.be verstuurd worden.