Partnership 1616 België en TCM

Partnership 1616 België en TCM

1616.be heeft een mooi netwerk van gekwalificeerde Belgische ondernemers opgebouwd die zich ontfermen over renovatie-en bouwwerken.

GEVOLGEN VAN HET BREXIT-AKKOORD OP JURIDISCHE PROCEDURES VOOR GRENSOVERSCHRIJDENDE GESCHILLEN

clauses abusivesOndanks de terechte vrees voor een “No-deal Brexit”, is op 24 december 2020 toch een Brexit-akkoord bereikt inzake de toekomstige relatie tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie. Aangezien het rapport een week voor de deadline tot stand is gekomen en uit 1246 pagina’s bestaat, heerst er momenteel nog veel onduidelijkheid over de concrete inhoud en de gevolgen ervan, des te meer voor juridische procedures voor grensoverschrijdende geschillen.

 

Ook voor schuldeisers uit de Europese Unie zijn er onduidelijkheden over de afdwingbaarheid van de uitvoering van commerciële contracten. Het Brexit-akkoord bevat namelijk geen specifieke bepalingen voor deze materie. TCM Belgium slaagt er in 99% van de gevallen in om tot een minnelijke oplossing te komen en om juridische stappen te vermijden. Voor de 1% waarin een juridische procedure vereist is, wordt het essentieel om op de hoogte te zijn van de meest recente ontwikkelingen. Welk recht is van toepassing, welke rechtbank is bevoegd, kan een uitspraak nog worden uitgevoerd? Hoewel de situatie nog veel onzekerheden bevat, formuleren wij onder de huidige omstandigheden een antwoord op deze vragen.

 

Onderscheid tussen reeds lopende juridische procedures en procedures vanaf 1 januari 2021

 

Voor procedures die reeds gestart zijn vóór 1 januari 2021, blijft het oude systeem van toepassing. Deze procedures worden reeds gedetailleerder toegelicht in onze artikels “de Brexit en executie van vonnissen in het VK” van 27 dec. 2016 en “No-Deal Brexit en vorderingen op debiteuren in Groot-Brittannië” van 29 oktober 2018. Toch is het aangeraden om de lopende procedures niet noodzakelijk langer te rekken om discussie te vermijden. Voor juridische procedures die na 1 januari 2021 worden opgestart, is de situatie complexer.

 

Toepasselijke recht

 

Voor het toepasselijke recht, verandert er in de praktijk niets. Het VK dient de Europese wetgeving (Rome I) te respecteren aangezien deze universeel van toepassing is en geen wederzijdse wederkerigheid vereist. Ook zijn de bepalingen van Rome I in het nationale recht van het VK opgenomen als behouden EU-recht. Deze wetgeving bevat bepalingen die de rechtbanken van de EU-lidstaten in het algemeen verplichten om de contractuele rechtskeuzes van de partijen te respecteren. Concreet houdt dit in dat wanneer een bepaling voorschrijft dat het Engelse recht moet worden nageleefd, de rechtbank van een EU-lidstaat zich hieraan moeten houden. Omgekeerd dient een Britse rechtbank te respecteren dat een contract bepaalt dat het recht van een EU-lidstaat van toepassing is. Ook indien er geen bepaling is opgenomen, wordt geregeld welk recht van toepassing is. Toch is het omwille van de huidige situatie het verstandigste om zo concreet mogelijk te omschrijven welk recht van toepassing is zodat er geen discussie kan ontstaan.

 

Bevoegdheid rechtbank

 

Tot 31 december 2020 werd de bevoegdheid van de rechtbanken voor commerciële contracten door het verdrag Brussel I geregeld. Hierdoor moet een exclusieve bevoegdheidsbepaling gerespecteerd worden en is er bij gebreke hieraan een regelgeving die de bevoegdheid bepaalt. In tegenstelling tot Rome I, is er voor deze wetgeving wel een toetreding vereist en heeft het VK deze wetgeving niet in nationaal recht omgezet.

 

Zo is er vanaf 1 januari 2021 geen gelijkaardige regelgeving in werking voor het VK. Om hieraan tegemoet te komen, wil het VK graag toetreden tot het Lugano Verdrag dat quasi gelijkaardige bepalingen bevat als Brussel I. Hiervoor dienen alle lidstaten van de EU echter hun toestemming te geven wat nog enige tijd kan duren of zelfs nooit zal gebeuren.

 

Als tussenoplossing heeft het VK het Haags Verdrag goedgekeurd dat inhoudt dat een bepaling die een rechtbank exclusief bevoegd verklaard, moet worden gerespecteerd door andere rechtbanken. De twee belangrijkste beperkingen aan dit verdrag zijn dat het enkel van toepassing is voor contracten met een bepaling die een rechtbank exclusief bevoegd verklaard en dat ze enkel van toepassing is op exclusiviteitsbepalingen die na de toetreding van het VK zijn tot stand gekomen. Over deze datum bestaat discussie, aangezien het VK zegt dat dit 1 oktober 2015 is en de EU 1 januari 2021. Bij gebreke aan een ondubbelzinnige exclusieve bevoegdheidsbepaling, zal het recht van de aangesproken rechtbank bepalen welke rechtbank bevoegd is. Dit zorgt ervoor dat in elk land verschillend kan worden bepaald welke rechtbank bevoegd is.

 

Executie en erkenning buitenlandse uitspraken

 

Er is een gelijkaardige situatie voor de executie en erkenning van buitenlandse uitspraken. Ook hier is Brussel I niet langer van toepassing waardoor men moet terugvallen op het Haags Verdrag. Enkel uitspraken van een exclusief bevoegd verklaarde rechtbank onder toepassing van het Haags Verdrag, kunnen worden uitgevoerd zonder een bijkomende procedure. Indien het Haags Verdrag niet van toepassing is, zal een rechterlijke beslissing van een EU-lidstaat uitvoerbaar zijn in overeenstemming met het plaatselijke recht van het VK waar de tenuitvoerlegging wordt gevraagd (en vice versa). In de meeste gevallen zal dit een nieuwe procedure vereisen om de uitspraak te kunnen uitvoeren. Het belang van bilaterale verdragen tussen het VK en een EU-lidstaat wordt nog groter om dit te vereenvoudigen.

 

Hoe tegemoetkomen aan deze onduidelijke situatie?

 

Nu er discussie kan optreden over de bevoegde rechtbank en er bijkomende procedures nodig zijn voor de uitvoering van een Engelse uitspraak, dient er goed te worden nagedacht over welk recht men verkiest en welke rechtbank men aanduidt. Daarom raden wij aan om in bestaande contracten na te gaan wat de huidige bepalingen zijn en indien mogelijk bepalingen op te nemen die het toepasselijke recht aanduiden en ondubbelzinnig en exclusief een rechtbank bevoegd verklaren. Ook bij nieuwe contracten dient hierop toegekeken te worden.

 

Naar onze mening kan men onder huidige omstandigheden best zowel het recht van het land van de klant als de rechtbank van het land van de klant voorschrijven. Bij een contract met een Britse klant, betekent dit dat de Britse rechtbank bevoegd is en het Britse recht moet toepassen. Het is steeds beter om een rechtbank haar lokale recht te laten uitvoeren omdat zij er de beste kennis over heeft. Ook wordt het Britse recht als betrouwbaar geacht voor commerciële contracten.

 

Conclusie

 

Hoewel bovenstaande in theorie de waarheid is, is het wachten wat de praktijk zal brengen en zal men meer afhankelijk zijn van bilaterale overeenkomsten tot er een universele oplossing is voor de EU en het VK. Het is tasten in het duister of de toetreding tot het Lugano Verdrag de oplossing zal worden. Tot dan is het belangrijk om ondubbelzinnige bepalingen op te nemen die het toepasselijke recht en de bevoegde rechtbank aanduiden om discussie te voorkomen.

 

Indien u hier reeds verdere vragen over heeft of nieuwsgierig bent naar de evolutie van de situatie, kan u steeds met ons contact opnemen.

 

Bronnen:

GEVOLGEN VAN HET BREXIT-AKKOORD OP JURIDISCHE PROCEDURES VOOR GRENSOVERSCHRIJDENDE GESCHILLEN

clauses abusivesOndanks de terechte vrees voor een “No-deal Brexit”, is op 24 december 2020 toch een Brexit-akkoord bereikt inzake de toekomstige relatie tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie. Aangezien het rapport een week voor de deadline tot stand is gekomen en uit 1246 pagina’s bestaat, heerst er momenteel nog veel onduidelijkheid over de concrete inhoud en de gevolgen ervan, des te meer voor juridische procedures voor grensoverschrijdende geschillen.

 

Ook voor schuldeisers uit de Europese Unie zijn er onduidelijkheden over de afdwingbaarheid van de uitvoering van commerciële contracten. Het Brexit-akkoord bevat namelijk geen specifieke bepalingen voor deze materie. TCM Belgium slaagt er in 99% van de gevallen in om tot een minnelijke oplossing te komen en om juridische stappen te vermijden. Voor de 1% waarin een juridische procedure vereist is, wordt het essentieel om op de hoogte te zijn van de meest recente ontwikkelingen. Welk recht is van toepassing, welke rechtbank is bevoegd, kan een uitspraak nog worden uitgevoerd? Hoewel de situatie nog veel onzekerheden bevat, formuleren wij onder de huidige omstandigheden een antwoord op deze vragen.

 

Onderscheid tussen reeds lopende juridische procedures en procedures vanaf 1 januari 2021

 

Voor procedures die reeds gestart zijn vóór 1 januari 2021, blijft het oude systeem van toepassing. Deze procedures worden reeds gedetailleerder toegelicht in onze artikels “de Brexit en executie van vonnissen in het VK” van 27 dec. 2016 en “No-Deal Brexit en vorderingen op debiteuren in Groot-Brittannië” van 29 oktober 2018. Toch is het aangeraden om de lopende procedures niet noodzakelijk langer te rekken om discussie te vermijden. Voor juridische procedures die na 1 januari 2021 worden opgestart, is de situatie complexer.

 

Toepasselijke recht

 

Voor het toepasselijke recht, verandert er in de praktijk niets. Het VK dient de Europese wetgeving (Rome I) te respecteren aangezien deze universeel van toepassing is en geen wederzijdse wederkerigheid vereist. Ook zijn de bepalingen van Rome I in het nationale recht van het VK opgenomen als behouden EU-recht. Deze wetgeving bevat bepalingen die de rechtbanken van de EU-lidstaten in het algemeen verplichten om de contractuele rechtskeuzes van de partijen te respecteren. Concreet houdt dit in dat wanneer een bepaling voorschrijft dat het Engelse recht moet worden nageleefd, de rechtbank van een EU-lidstaat zich hieraan moeten houden. Omgekeerd dient een Britse rechtbank te respecteren dat een contract bepaalt dat het recht van een EU-lidstaat van toepassing is. Ook indien er geen bepaling is opgenomen, wordt geregeld welk recht van toepassing is. Toch is het omwille van de huidige situatie het verstandigste om zo concreet mogelijk te omschrijven welk recht van toepassing is zodat er geen discussie kan ontstaan.

 

Bevoegdheid rechtbank

 

Tot 31 december 2020 werd de bevoegdheid van de rechtbanken voor commerciële contracten door het verdrag Brussel I geregeld. Hierdoor moet een exclusieve bevoegdheidsbepaling gerespecteerd worden en is er bij gebreke hieraan een regelgeving die de bevoegdheid bepaalt. In tegenstelling tot Rome I, is er voor deze wetgeving wel een toetreding vereist en heeft het VK deze wetgeving niet in nationaal recht omgezet.

 

Zo is er vanaf 1 januari 2021 geen gelijkaardige regelgeving in werking voor het VK. Om hieraan tegemoet te komen, wil het VK graag toetreden tot het Lugano Verdrag dat quasi gelijkaardige bepalingen bevat als Brussel I. Hiervoor dienen alle lidstaten van de EU echter hun toestemming te geven wat nog enige tijd kan duren of zelfs nooit zal gebeuren.

 

Als tussenoplossing heeft het VK het Haags Verdrag goedgekeurd dat inhoudt dat een bepaling die een rechtbank exclusief bevoegd verklaard, moet worden gerespecteerd door andere rechtbanken. De twee belangrijkste beperkingen aan dit verdrag zijn dat het enkel van toepassing is voor contracten met een bepaling die een rechtbank exclusief bevoegd verklaard en dat ze enkel van toepassing is op exclusiviteitsbepalingen die na de toetreding van het VK zijn tot stand gekomen. Over deze datum bestaat discussie, aangezien het VK zegt dat dit 1 oktober 2015 is en de EU 1 januari 2021. Bij gebreke aan een ondubbelzinnige exclusieve bevoegdheidsbepaling, zal het recht van de aangesproken rechtbank bepalen welke rechtbank bevoegd is. Dit zorgt ervoor dat in elk land verschillend kan worden bepaald welke rechtbank bevoegd is.

 

Executie en erkenning buitenlandse uitspraken

 

Er is een gelijkaardige situatie voor de executie en erkenning van buitenlandse uitspraken. Ook hier is Brussel I niet langer van toepassing waardoor men moet terugvallen op het Haags Verdrag. Enkel uitspraken van een exclusief bevoegd verklaarde rechtbank onder toepassing van het Haags Verdrag, kunnen worden uitgevoerd zonder een bijkomende procedure. Indien het Haags Verdrag niet van toepassing is, zal een rechterlijke beslissing van een EU-lidstaat uitvoerbaar zijn in overeenstemming met het plaatselijke recht van het VK waar de tenuitvoerlegging wordt gevraagd (en vice versa). In de meeste gevallen zal dit een nieuwe procedure vereisen om de uitspraak te kunnen uitvoeren. Het belang van bilaterale verdragen tussen het VK en een EU-lidstaat wordt nog groter om dit te vereenvoudigen.

 

Hoe tegemoetkomen aan deze onduidelijke situatie?

 

Nu er discussie kan optreden over de bevoegde rechtbank en er bijkomende procedures nodig zijn voor de uitvoering van een Engelse uitspraak, dient er goed te worden nagedacht over welk recht men verkiest en welke rechtbank men aanduidt. Daarom raden wij aan om in bestaande contracten na te gaan wat de huidige bepalingen zijn en indien mogelijk bepalingen op te nemen die het toepasselijke recht aanduiden en ondubbelzinnig en exclusief een rechtbank bevoegd verklaren. Ook bij nieuwe contracten dient hierop toegekeken te worden.

 

Naar onze mening kan men onder huidige omstandigheden best zowel het recht van het land van de klant als de rechtbank van het land van de klant voorschrijven. Bij een contract met een Britse klant, betekent dit dat de Britse rechtbank bevoegd is en het Britse recht moet toepassen. Het is steeds beter om een rechtbank haar lokale recht te laten uitvoeren omdat zij er de beste kennis over heeft. Ook wordt het Britse recht als betrouwbaar geacht voor commerciële contracten.

 

Conclusie

 

Hoewel bovenstaande in theorie de waarheid is, is het wachten wat de praktijk zal brengen en zal men meer afhankelijk zijn van bilaterale overeenkomsten tot er een universele oplossing is voor de EU en het VK. Het is tasten in het duister of de toetreding tot het Lugano Verdrag de oplossing zal worden. Tot dan is het belangrijk om ondubbelzinnige bepalingen op te nemen die het toepasselijke recht en de bevoegde rechtbank aanduiden om discussie te voorkomen.

 

Indien u hier reeds verdere vragen over heeft of nieuwsgierig bent naar de evolutie van de situatie, kan u steeds met ons contact opnemen.

 

Bronnen:

Partnership 1616 België en TCM

Partnership 1616 België en TCM

1616.be heeft een mooi netwerk van gekwalificeerde Belgische ondernemers opgebouwd die zich ontfermen over renovatie-en bouwwerken.

Wacht geen moment langer, krijg uw geld terug

Concentreer u op uw zaken, wij zorgen voor uw uitstaande betalingen. Neem contact met ons op voor meer informatie.

Wacht geen moment langer, krijg uw geld terug

Concentreer u op uw zaken, wij zorgen voor uw uitstaande betalingen. Neem contact met ons op voor meer informatie.