News

10 verboden praktijken inzake het innen van onbetaalde vorderingen

TCM recouvrement créance interditIn tegenstelling tot wat men zou kunnen denken is de inning van onbetaalde vorderingen onderworpen aan talrijke regels. De incassobureaus zijn wettelijk verplicht om zich hieraan te houden. Belangrijk om weten is dat deze regels en verboden praktijken niet enkel gelden voor incassobureaus maar voor iedereen die een debiteur te goeder trouw aanspoort om zijn achterstallige schulden met minnelijke schikking te betalen.

 

 

 

De regels gelden dus voor:

TCM somt u de 10 praktijken op die verboden zijn bij de minnelijke invordering.

1. Verwarring creëren

De invorderaar mag geen enkele verwarring scheppen en moet volledige transparantie bieden over zijn hoedanigheid van schuldinvorderaar. Dit betekent concreet dat elke gedraging of elk geschrift die verkeerdelijk de indruk geeft dat het gaat om een document dat van een officiële instelling, gerechtelijke instantie of een advocaat uitgaat, strikt verboden is. De invorderaar moet zich dus kenbaar maken tijdens de interacties met een schuldenaar.

 

2. Huisbezoeken of telefonische oproepen tussen 20 en 8u.

Misbruikpraktijken zoals huisbezoeken en telefonische oproepen tussen 20 en 8u zijn strikt verboden.

 

3. Een schuldenaar die de schuld betwist belagen

Wanneer een debiteur gegronde redenen heeft om het gevraagde bedrag te betwisten en dit gemotiveerd uitlegt (we raden aan dit te doen via een aangetekende brief zodat er een bewijs is), mag hij niet verder lastig gevallen worden. In dit geval is de invordering enkel mogelijk via een gerechtelijke inning. Hiervoor moeten de aangevoerde redenen natuurlijk gegrond en ontvankelijk zijn.

 

4. De invordering vermelden op een omslag

Het incassobureau moet de persoonlijke levenssfeer van de schuldenaar eerbiedigen en mag op de omslag dus niet vermelden dat het om een schuldvordering gaat.

 

5. Poging tot inning in aanwezigheid van een derde

De schuldeiser of elke persoon belast met de inning van onbetaalde vorderingen mag de schuldenaar niet confronteren met zijn schuldenlast in aanwezigheid van een derde en zonder voorafgaand akkoord.

 

6. Stappen ondernemen bij de naasten van de schuldenaar (buren, familie, vrienden, werkgever …)

De invorderaar heeft niet het recht om familie, buren of de werkgever van de schuldenaar op de hoogte te brengen of hen om inlichtingen te vragen die verband houden met de solvabiliteit van de schuldenaar en de schuldinvordering.

 

7. Poging tot invordering bij een persoon die niet de schuldenaar is

Het ligt voor de hand dat het verboden is om een bedrag te innen bij een derde die zelf tegenover de schuldenaar bedragen verschuldigd is. De schuldeiser of tussenpersoon mag de schulden bijvoorbeeld niet proberen invorderen bij de werkgever van de debiteur.

 

8. De inning van niet voorziene bedragen

Bij een schuldinvordering moeten de geëiste bedragen vastgelegd zijn in de overeenkomst tussen de schuldeiser en zijn debiteur of bij wet voorzien zijn. De gevraagde vergoedingen moeten nauwkeurig beschreven worden en bepaalbaar zijn op basis van het lezen van de overeenkomst of de algemene verkoopvoorwaarden die de schuldenaar gelezen en aanvaard heeft.

 

9. Onjuiste juridische bedreigingen uiten

Iedere persoon die de debiteur ertoe aanzet zijn achterstallige schulden met minnelijke schikking te betalen mag geen juridische bedreigingen uiten waartoe hij niet gerechtigd is. Een incassobureau mag bijvoorbeeld niet dreigen met de inbeslagname van de inboedel, omdat enkel een gerechtsdeurwaarder beschikt over een executoriale titel om beslag te laten leggen. Dit verbod kan leiden tot zware sancties.

 

10. Een overdracht van vordering of een schuldbekentenis eisen

De invorderaar mag de debiteur niet dwingen tot het ondertekenen van een schuldoverdracht of een schuldbekentenis. Bovendien mag hij een overdracht van schuldvordering of een schuldbekentenis niet camoufleren door het te verbinden aan een betalingsregeling.

 

Het is duidelijk dat de inning van onbetaalde vorderingen in België streng gereguleerd is. De schuldeiser of zijn tussenpersoon mogen niet eender welke praktijk toepassen om het bedrag terug te eisen dat de debiteur hem verschuldigd is. Diens privacy en persoonsgegevens worden bij wet beschermd. Deze strikte regelgeving heeft een positieve impact op de schuldvordering in België aangezien de toezichthoudende autoriteit zeer weinig klachten ontving in verhouding tot het aantal lopende dossiers.

10 verboden praktijken inzake het innen van onbetaalde vorderingen

TCM recouvrement créance interditIn tegenstelling tot wat men zou kunnen denken is de inning van onbetaalde vorderingen onderworpen aan talrijke regels. De incassobureaus zijn wettelijk verplicht om zich hieraan te houden. Belangrijk om weten is dat deze regels en verboden praktijken niet enkel gelden voor incassobureaus maar voor iedereen die een debiteur te goeder trouw aanspoort om zijn achterstallige schulden met minnelijke schikking te betalen.

 

 

 

De regels gelden dus voor:

TCM somt u de 10 praktijken op die verboden zijn bij de minnelijke invordering.

1. Verwarring creëren

De invorderaar mag geen enkele verwarring scheppen en moet volledige transparantie bieden over zijn hoedanigheid van schuldinvorderaar. Dit betekent concreet dat elke gedraging of elk geschrift die verkeerdelijk de indruk geeft dat het gaat om een document dat van een officiële instelling, gerechtelijke instantie of een advocaat uitgaat, strikt verboden is. De invorderaar moet zich dus kenbaar maken tijdens de interacties met een schuldenaar.

 

2. Huisbezoeken of telefonische oproepen tussen 20 en 8u.

Misbruikpraktijken zoals huisbezoeken en telefonische oproepen tussen 20 en 8u zijn strikt verboden.

 

3. Een schuldenaar die de schuld betwist belagen

Wanneer een debiteur gegronde redenen heeft om het gevraagde bedrag te betwisten en dit gemotiveerd uitlegt (we raden aan dit te doen via een aangetekende brief zodat er een bewijs is), mag hij niet verder lastig gevallen worden. In dit geval is de invordering enkel mogelijk via een gerechtelijke inning. Hiervoor moeten de aangevoerde redenen natuurlijk gegrond en ontvankelijk zijn.

 

4. De invordering vermelden op een omslag

Het incassobureau moet de persoonlijke levenssfeer van de schuldenaar eerbiedigen en mag op de omslag dus niet vermelden dat het om een schuldvordering gaat.

 

5. Poging tot inning in aanwezigheid van een derde

De schuldeiser of elke persoon belast met de inning van onbetaalde vorderingen mag de schuldenaar niet confronteren met zijn schuldenlast in aanwezigheid van een derde en zonder voorafgaand akkoord.

 

6. Stappen ondernemen bij de naasten van de schuldenaar (buren, familie, vrienden, werkgever …)

De invorderaar heeft niet het recht om familie, buren of de werkgever van de schuldenaar op de hoogte te brengen of hen om inlichtingen te vragen die verband houden met de solvabiliteit van de schuldenaar en de schuldinvordering.

 

7. Poging tot invordering bij een persoon die niet de schuldenaar is

Het ligt voor de hand dat het verboden is om een bedrag te innen bij een derde die zelf tegenover de schuldenaar bedragen verschuldigd is. De schuldeiser of tussenpersoon mag de schulden bijvoorbeeld niet proberen invorderen bij de werkgever van de debiteur.

 

8. De inning van niet voorziene bedragen

Bij een schuldinvordering moeten de geëiste bedragen vastgelegd zijn in de overeenkomst tussen de schuldeiser en zijn debiteur of bij wet voorzien zijn. De gevraagde vergoedingen moeten nauwkeurig beschreven worden en bepaalbaar zijn op basis van het lezen van de overeenkomst of de algemene verkoopvoorwaarden die de schuldenaar gelezen en aanvaard heeft.

 

9. Onjuiste juridische bedreigingen uiten

Iedere persoon die de debiteur ertoe aanzet zijn achterstallige schulden met minnelijke schikking te betalen mag geen juridische bedreigingen uiten waartoe hij niet gerechtigd is. Een incassobureau mag bijvoorbeeld niet dreigen met de inbeslagname van de inboedel, omdat enkel een gerechtsdeurwaarder beschikt over een executoriale titel om beslag te laten leggen. Dit verbod kan leiden tot zware sancties.

 

10. Een overdracht van vordering of een schuldbekentenis eisen

De invorderaar mag de debiteur niet dwingen tot het ondertekenen van een schuldoverdracht of een schuldbekentenis. Bovendien mag hij een overdracht van schuldvordering of een schuldbekentenis niet camoufleren door het te verbinden aan een betalingsregeling.

 

Het is duidelijk dat de inning van onbetaalde vorderingen in België streng gereguleerd is. De schuldeiser of zijn tussenpersoon mogen niet eender welke praktijk toepassen om het bedrag terug te eisen dat de debiteur hem verschuldigd is. Diens privacy en persoonsgegevens worden bij wet beschermd. Deze strikte regelgeving heeft een positieve impact op de schuldvordering in België aangezien de toezichthoudende autoriteit zeer weinig klachten ontving in verhouding tot het aantal lopende dossiers.

News