News

KAPITAAL, DIVIDEND, SOLVABILITEIT: HET NIEUWE WETBOEK VAN VENNOOTSCHAPPEN

Gepubliceerd op 5 mei 2020

Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV), gepubliceerd op 23 maart 2019, heeft het juridische landschap van de Belgische onderneming grondig veranderd. De solvabiliteit van de onderneming wordt onder meer beïnvloed door de nieuwe regels voor het maatschappelijk en solvabiliteitskapitaal bij de uitkering van dividend. Worden schuldeisers dan beter beschermd?

new company code

Kleine ondernemingen

Veel bepalingen in het WVV zijn niet van toepassing op kleine ondernemingen (definitie onder Art. 1:24) en micro-ondernemingen (definitie onder Art. 1:25). Sommige van deze bepalingen gaan over de kwaliteit van het beheer of de communicatie, en dus ook over de bescherming van de schuldeisers. Als we echter naar de statistieken kijken, zien we dat 99% van de 632.000 ondernemingen in België bestaan uit kleine & micro-ondernemingen die 53% van de 2,9 miljoen werknemers uit de privésector tewerkstellen. Ze zijn ook goed voor 43% van de toegevoegde waarde oftewel de gecreëerde rijkdom.

Type #Pers. #Onder. Werknemers Toegev.W.
Micro 0-9 94,8% 34,5% 24,8%
Klein 10-49 4,4% 19,0% 18,3%
Middelgroot 50-249 0,7% 15,0% 18,5%
Groot 250 of meer 0,2% 31,5% 38,5%
Totaal België  632.000

ondernemingen

 2,87 miljoen mensen 222 miljard EUR

 

  • Dit betekent dat de helft van de bedrijven die rijkdom creëren, mede dankzij de helft van de werknemersgroep, kan ontsnappen aan de strengste regels. En dit terwijl het beheer in deze kleine en micro-ondernemingen theoretisch gezien het minst professioneel is, alleen al door het beperkt aantal middelen waarover zij beschikken ten opzichte van de middelgrote en grote ondernemingen.
  • Hoewel schuldeisers en werknemers minder goed beschermd zijn in bedrijven met minder dan 50 tewerkgestelden, moeten we toch blij zijn dat de wetgever geen al te zware en kostelijke maatregelen oplegt aan deze kleine ondernemingen. Dit zou immers leiden tot de verdwijning van een groot deel van de Belgische economie.

Gevolg is dat de schuldeiser dus waakzaam moet blijven.

Opmerking: in diezelfde rubriek met oproep tot waakzaamheid wordt vermeld dat de besloten vennootschap (bv; voorheen bvba) geen maatschappelijk kapitaal meer heeft (en dus ook geen minimumkapitaal).

 

Dividenden

De uitkering van dividend was al beperkt nog voor dit nieuwe wetboek in werking trad. Dit komt onder andere door de verplichting om reserves aan te leggen. Deze verplichtingen werden overgenomen (in Art. 7:211. bijvoorbeeld).

Een andere bepaling, van toepassing voor ieder type onderneming, stelt dat de uitkering aan aandeelhouders slechts mag gebeuren indien (Art. 5:141. en volgende):

  • het nettoactief na de uitkering positief blijft (en zelfs hoger is dan het maatschappelijk kapitaal in voorkomend geval);
  • het bestuursorgaan van de vennootschap redelijkerwijs vaststelt dat de onderneming na de uitkering in staat blijft haar schulden op de vervaldag af te lossen gedurende de 12 maanden te tellen vanaf de datum van uitkering.

Indien komt vast te staan dat de leden van het bestuursorgaan wisten of behoorden te weten dat de onderneming niet meer in staat zou zijn haar schulden af te lossen zoals hierboven aangegeven, zijn zij tegenover de vennootschap en derden hoofdelijk aansprakelijk voor alle daaruit vloeiende schade.

Deze bepaling zou de bestuurders van middelgrote en grote bedrijven moeten aanzetten tot nadenken. Bijgevolg zijn de gemoeide bedragen aanzienlijk. Maar toch lijkt het er niet op dat deze bepaling meer bescherming biedt voor de schuldeisers van kleine en vooral micro-ondernemingen:

  • Dit komt in de eerste plaats doordat kleine en vooral micro-ondernemingen al eens bestuurd worden door bazen die de geldkoffer verwarren met hun eigen portefeuille en zij diegene zijn die minder geneigd zijn om een competente boekhouder te raadplegen. Eens het geld verdeeld is, is het vaak ook snel verdwenen en wordt een terugvordering moeilijk (en kan er dus niet meer worden teruggegrepen naar de aansprakelijkheid voorzien bij wet).
  • In deze bedrijven worden ook een klein aantal privéfacturen aangerekend aan het bedrijf om dividend te verkrijgen, zeker wanneer de onderneming krap bij kas zit.

De schuldeisers van 99% van de bedrijven die samen de helft uitmaken van de Belgische economie blijken dus onvoldoende bescherming te krijgen door deze bepaling. Maar is dit echt te wijten aan de wet?

 

Conclusie

Het WVV is een zeer uitgebreide en complexe tekst waarvan slechts twee aspecten in dit artikel aan bod komen. De wetgever heeft extra vangnetten uitgezet om insolvabiliteit te vermijden maar kan geen enkel medicijn uitschrijven om de ter dood veroordeelde uit zijn lijden te verlossen. Tot slot van rekening biedt geen enkele wet volledige bescherming tegen bedrog en incompetentie.

Het is dus van essentieel belang dat iedere schuldeiser steeds zijn begrotingslijnen opstelt en herziet, en de betalingen van zijn klanten opvolgt.

 

Vragen? Contacteer ons.

KAPITAAL, DIVIDEND, SOLVABILITEIT: HET NIEUWE WETBOEK VAN VENNOOTSCHAPPEN

Gepubliceerd op 5 mei 2020

Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV), gepubliceerd op 23 maart 2019, heeft het juridische landschap van de Belgische onderneming grondig veranderd. De solvabiliteit van de onderneming wordt onder meer beïnvloed door de nieuwe regels voor het maatschappelijk en solvabiliteitskapitaal bij de uitkering van dividend. Worden schuldeisers dan beter beschermd?

new company code

Kleine ondernemingen

Veel bepalingen in het WVV zijn niet van toepassing op kleine ondernemingen (definitie onder Art. 1:24) en micro-ondernemingen (definitie onder Art. 1:25). Sommige van deze bepalingen gaan over de kwaliteit van het beheer of de communicatie, en dus ook over de bescherming van de schuldeisers. Als we echter naar de statistieken kijken, zien we dat 99% van de 632.000 ondernemingen in België bestaan uit kleine & micro-ondernemingen die 53% van de 2,9 miljoen werknemers uit de privésector tewerkstellen. Ze zijn ook goed voor 43% van de toegevoegde waarde oftewel de gecreëerde rijkdom.

Type #Pers. #Onder. Werknemers Toegev.W.
Micro 0-9 94,8% 34,5% 24,8%
Klein 10-49 4,4% 19,0% 18,3%
Middelgroot 50-249 0,7% 15,0% 18,5%
Groot 250 of meer 0,2% 31,5% 38,5%
Totaal België  632.000

ondernemingen

 2,87 miljoen mensen 222 miljard EUR

 

  • Dit betekent dat de helft van de bedrijven die rijkdom creëren, mede dankzij de helft van de werknemersgroep, kan ontsnappen aan de strengste regels. En dit terwijl het beheer in deze kleine en micro-ondernemingen theoretisch gezien het minst professioneel is, alleen al door het beperkt aantal middelen waarover zij beschikken ten opzichte van de middelgrote en grote ondernemingen.
  • Hoewel schuldeisers en werknemers minder goed beschermd zijn in bedrijven met minder dan 50 tewerkgestelden, moeten we toch blij zijn dat de wetgever geen al te zware en kostelijke maatregelen oplegt aan deze kleine ondernemingen. Dit zou immers leiden tot de verdwijning van een groot deel van de Belgische economie.

Gevolg is dat de schuldeiser dus waakzaam moet blijven.

Opmerking: in diezelfde rubriek met oproep tot waakzaamheid wordt vermeld dat de besloten vennootschap (bv; voorheen bvba) geen maatschappelijk kapitaal meer heeft (en dus ook geen minimumkapitaal).

 

Dividenden

De uitkering van dividend was al beperkt nog voor dit nieuwe wetboek in werking trad. Dit komt onder andere door de verplichting om reserves aan te leggen. Deze verplichtingen werden overgenomen (in Art. 7:211. bijvoorbeeld).

Een andere bepaling, van toepassing voor ieder type onderneming, stelt dat de uitkering aan aandeelhouders slechts mag gebeuren indien (Art. 5:141. en volgende):

  • het nettoactief na de uitkering positief blijft (en zelfs hoger is dan het maatschappelijk kapitaal in voorkomend geval);
  • het bestuursorgaan van de vennootschap redelijkerwijs vaststelt dat de onderneming na de uitkering in staat blijft haar schulden op de vervaldag af te lossen gedurende de 12 maanden te tellen vanaf de datum van uitkering.

Indien komt vast te staan dat de leden van het bestuursorgaan wisten of behoorden te weten dat de onderneming niet meer in staat zou zijn haar schulden af te lossen zoals hierboven aangegeven, zijn zij tegenover de vennootschap en derden hoofdelijk aansprakelijk voor alle daaruit vloeiende schade.

Deze bepaling zou de bestuurders van middelgrote en grote bedrijven moeten aanzetten tot nadenken. Bijgevolg zijn de gemoeide bedragen aanzienlijk. Maar toch lijkt het er niet op dat deze bepaling meer bescherming biedt voor de schuldeisers van kleine en vooral micro-ondernemingen:

  • Dit komt in de eerste plaats doordat kleine en vooral micro-ondernemingen al eens bestuurd worden door bazen die de geldkoffer verwarren met hun eigen portefeuille en zij diegene zijn die minder geneigd zijn om een competente boekhouder te raadplegen. Eens het geld verdeeld is, is het vaak ook snel verdwenen en wordt een terugvordering moeilijk (en kan er dus niet meer worden teruggegrepen naar de aansprakelijkheid voorzien bij wet).
  • In deze bedrijven worden ook een klein aantal privéfacturen aangerekend aan het bedrijf om dividend te verkrijgen, zeker wanneer de onderneming krap bij kas zit.

De schuldeisers van 99% van de bedrijven die samen de helft uitmaken van de Belgische economie blijken dus onvoldoende bescherming te krijgen door deze bepaling. Maar is dit echt te wijten aan de wet?

 

Conclusie

Het WVV is een zeer uitgebreide en complexe tekst waarvan slechts twee aspecten in dit artikel aan bod komen. De wetgever heeft extra vangnetten uitgezet om insolvabiliteit te vermijden maar kan geen enkel medicijn uitschrijven om de ter dood veroordeelde uit zijn lijden te verlossen. Tot slot van rekening biedt geen enkele wet volledige bescherming tegen bedrog en incompetentie.

Het is dus van essentieel belang dat iedere schuldeiser steeds zijn begrotingslijnen opstelt en herziet, en de betalingen van zijn klanten opvolgt.

 

Vragen? Contacteer ons.

News