News

Rolrechten uitgelegd door meester Sven Sobrie

Tcm Court registryTCM Belgium sprak met advocaat Sven Sobrie over de aanpassing van de rolrechten (wet van 14 oktober 2018 tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen, BS 21 december 2018).

 

 

 

Meester Sobrie, wat zijn rolrechten eigenlijk?

Rolrechten zijn eigenlijk een soort belasting op het voeren van een juridische procedure. Justitie is een dienst die georganiseerd wordt door de overheid, en ergens is het normaal dat de overheid een soort ‘inkomgeld’ vraagt voor wie van die dienst gebruik wil maken. Rechters en gerechtsgebouwen moeten immers ook betaald worden. Met de rolrechten wordt die kostprijs, althans voor een deel, ten laste gelegd van de gebruiker.

En die rolrechten zijn recent dus gewijzigd.

Dat klopt. Met ingang van 1 februari 2019 wijzigt het systeem op twee belangrijke punten. Ten eerste moet het rolrecht nu betaald worden op het eind van de procedure, door de partij die de procedure verliest. Hij zal na het vonnis een soort aanslagbiljet in de bus krijgen. Vroeger diende het rolrecht bij de aanvang van de procedure betaald te worden, door de eiser. Als de eiser uiteindelijk de procedure won, kon hij dan dat bedrag recupereren op de verliezer. Een tweede belangrijke wijziging is dat de tarieven van de rolrechten fors omhoog gaan.

Procederen wordt dus duurder?

Inderdaad. De rolrechten variëren naar gelang de rechtbank waar de procedure loopt. Voor de vrederechter en de politierechter gaat het om een beperkt bedrag (50 euro), voor het Hof van Cassatie betaal je maar liefst 650 euro. Voorheen was dat respectievelijk 40 euro en 375 euro. Je merkt dat de stijging eerder beperkt is voor de lagere rechtbanken, maar voor de hogere rechtbanken (hof van beroep, Hof van Cassatie) gaat het bijna om een verdubbeling.

Steekt er een filosofie achter de hervorming van de rolrechten?

Niet echt, het is gewoon een budgettaire maatregel. De hervorming zou jaarlijks 20 miljoen extra in de Staatskas moeten brengen…. .

De boodschap lijkt te zijn: vermijd juridische procedures …

In de advocatuur zegt men soms: ‘beter een slecht akkoord dan een goed proces’. Procederen kost vooreerst veel geld – advocatenhonoraria, rolrechten, betekeningskosten … – en voorts ook veel tijd, al is men stilaan de gerechtelijke achterstand aan het afbouwen. Het is ook bijzonder moeilijk om op voorhand in te schatten hoe lang een procedure zal duren, en (bijgevolg) hoe duur die zal zijn. Al die onzekerheden zorgen ervoor dat het voeren van een juridische procedure gerust beschouwd mag worden als een laatste redmiddel, te gebruiken wanneer al de rest gefaald heeft. Al pleit ik nu misschien tegen mijn eigen branche (lacht).

 

Samengevat

  • De tarieven van de rolrechten zullen vanaf 1 februari 2019 verhogen
    • Vredegerecht en politierechtbank: EUR 50
    • Rechtbank van eerste aanleg en van koophandel: EUR 165
    • Hof van beroep:  EUR 400
    • Hof van Cassatie:  EUR 650

 

  • Het rolrecht wordt betaald op het einde van de procedure door de verliezende partij

 

Sven Sobrie is advocaat gespecialiseerd in burgerlijk procesrecht. Hij is auteur van meerdere publicaties en geeft regelmatig lezingen over recente procesrechtelijke ontwikkelingen.

Rolrechten uitgelegd door meester Sven Sobrie

Tcm Court registryTCM Belgium sprak met advocaat Sven Sobrie over de aanpassing van de rolrechten (wet van 14 oktober 2018 tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen, BS 21 december 2018).

 

 

 

Meester Sobrie, wat zijn rolrechten eigenlijk?

Rolrechten zijn eigenlijk een soort belasting op het voeren van een juridische procedure. Justitie is een dienst die georganiseerd wordt door de overheid, en ergens is het normaal dat de overheid een soort ‘inkomgeld’ vraagt voor wie van die dienst gebruik wil maken. Rechters en gerechtsgebouwen moeten immers ook betaald worden. Met de rolrechten wordt die kostprijs, althans voor een deel, ten laste gelegd van de gebruiker.

En die rolrechten zijn recent dus gewijzigd.

Dat klopt. Met ingang van 1 februari 2019 wijzigt het systeem op twee belangrijke punten. Ten eerste moet het rolrecht nu betaald worden op het eind van de procedure, door de partij die de procedure verliest. Hij zal na het vonnis een soort aanslagbiljet in de bus krijgen. Vroeger diende het rolrecht bij de aanvang van de procedure betaald te worden, door de eiser. Als de eiser uiteindelijk de procedure won, kon hij dan dat bedrag recupereren op de verliezer. Een tweede belangrijke wijziging is dat de tarieven van de rolrechten fors omhoog gaan.

Procederen wordt dus duurder?

Inderdaad. De rolrechten variëren naar gelang de rechtbank waar de procedure loopt. Voor de vrederechter en de politierechter gaat het om een beperkt bedrag (50 euro), voor het Hof van Cassatie betaal je maar liefst 650 euro. Voorheen was dat respectievelijk 40 euro en 375 euro. Je merkt dat de stijging eerder beperkt is voor de lagere rechtbanken, maar voor de hogere rechtbanken (hof van beroep, Hof van Cassatie) gaat het bijna om een verdubbeling.

Steekt er een filosofie achter de hervorming van de rolrechten?

Niet echt, het is gewoon een budgettaire maatregel. De hervorming zou jaarlijks 20 miljoen extra in de Staatskas moeten brengen…. .

De boodschap lijkt te zijn: vermijd juridische procedures …

In de advocatuur zegt men soms: ‘beter een slecht akkoord dan een goed proces’. Procederen kost vooreerst veel geld – advocatenhonoraria, rolrechten, betekeningskosten … – en voorts ook veel tijd, al is men stilaan de gerechtelijke achterstand aan het afbouwen. Het is ook bijzonder moeilijk om op voorhand in te schatten hoe lang een procedure zal duren, en (bijgevolg) hoe duur die zal zijn. Al die onzekerheden zorgen ervoor dat het voeren van een juridische procedure gerust beschouwd mag worden als een laatste redmiddel, te gebruiken wanneer al de rest gefaald heeft. Al pleit ik nu misschien tegen mijn eigen branche (lacht).

 

Samengevat

  • De tarieven van de rolrechten zullen vanaf 1 februari 2019 verhogen
    • Vredegerecht en politierechtbank: EUR 50
    • Rechtbank van eerste aanleg en van koophandel: EUR 165
    • Hof van beroep:  EUR 400
    • Hof van Cassatie:  EUR 650

 

  • Het rolrecht wordt betaald op het einde van de procedure door de verliezende partij

 

Sven Sobrie is advocaat gespecialiseerd in burgerlijk procesrecht. Hij is auteur van meerdere publicaties en geeft regelmatig lezingen over recente procesrechtelijke ontwikkelingen.

News