News

No-Deal Brexit en vorderingen op debiteuren in Groot-Brittannië

Wat gebeurt er na de Brexit met onze vorderingen op een onderneming of een persoon gevestigd in Groot-Brittannië? Naarmate de deadline van 29 maart 2019 nadert, lijkt een “No-deal Brexit” zeer waarschijnlijk. Hoe zit het dan met een schuldeiser in de (continentale) Europese Unie?
UK flag no deal brexit

 

Wat is een ‘No-deal Brexit’?

In 2016 leek het vanzelfsprekend dat Groot-Brittannië en de Europese Unie de gevolgen van de Brexit zouden analyseren en, vóór 2019, verdragen zouden sluiten, om de rechtsvacuüms op te vullen die onze buren door deze keuze gecreëerd hadden. Heden, 5 maanden voor de uiterste datum, heerst een algehele vaagheid, voornamelijk omdat de Britten verdeeld zijn over het vraagstuk dat ze gecreëerd hebben. De Brexit zal misschien plaatsvinden zonder enig akkoord (“no-deal”), en meer bepaald op juridisch gebied.

Een redelijke maar onzekere veronderstelling zou zijn dat de werking van de verdragen die van toepassing waren vóór 29 maart 2019, verlengd zou worden, tot de termen van een “hard” of een “soft” Brexit vastliggen. Velen verlangen vurig naar een verlenging, maar maken zich evenwel niet te veel illusies.

Wat met uw vorderingen op het Britse grondgebied?

Een verbintenis, aangegaan door een privépersoon of een onderneming, ongeacht de vestigingsplaats, blijft in alle gevallen gelden. Deze verbintenis moet natuurlijk duidelijk aangetoond kunnen worden. Een overeenkomst (of bestelbon, enz.) blijft essentieel. Als echter de uitvoering ervan afgedwongen moet worden, dient men te weten welke rechtbank bevoegd is en welke wetten gelden. Kortom, moet u zich wenden tot een Belgische of een Britse rechtbank? De huidige procedures, die gelden vóór 29 maart 2019, worden toegelicht in ons artikel “de Brexit en executie van vonnissen in het VK” van 27 dec. 2016.

Keuze van het toepasselijke recht en de rechtbank

Indien er geen akkoord is op 29 maart 2019 is het waarschijnlijk eenvoudiger om in de overeenkomst een bepaling op te nemen die (voor een klant gevestigd in Groot-Brittannië) bepaalt dat het recht van het land van de klant (Engeland, Schotland, Wales of Noord-Ierland) van toepassing is en dat voor elke betwisting een rechtbank van het land van de klant bevoegd is. Aangezien het Britse rechtssysteem doorgaans als betrouwbaar beschouwd worden, zal de schuldeiser op deze manier elke rechtsplegingsbetwisting kunnen vermijden en hopelijk niet te maken krijgen met een rechtsvacuüm.

Bovendien wordt aanbevolen om de overeenkomst (bestelbon, algemene voorwaarden, enz.) voor deze klanten in het Engels op te stellen. Hierdoor vermijdt men kosten voor een beëdigde vertaling (vertaling aanvaard door de rechtbanken maar verbonden met bijkomende kosten en termijnen).

En als het toepasselijke recht en de bevoegde rechtbank niet gedefinieerd worden?

Als uw overeenkomst hierover niets vermeldt, blijft het internationale privaatrecht van toepassing. In het kort komt het vaak voor dat het toepasselijke recht het recht is van de plaats waar de overeenkomst werd ondertekend (wat niet altijd makkelijk vastgesteld kan worden) en dat de bevoegde rechtbank voor de betreffende zaak de rechtbank is in de buurt van de vestigingsplaats van verwerende partij (hetzij, in ons geval, de persoon of onderneming die gedagvaard werd door de schuldeiser).

Dit betekent bijvoorbeeld dat het toepasselijke recht Belgisch kan zijn terwijl de rechtbank Engels is, wat voor verwikkelingen kan zorgen, en dus kosten en oponthoud. De Engelse rechtbank kan zich echter ook onbevoegd verklaren, terwijl de debiteur zich verzet tegen een verschijning voor een Belgische rechtbank. In dat geval is er geen oplossing in rechte en verliest de schuldeiser bijgevolg waarschijnlijk zijn vordering.

Conclusie

Een “no-deal Brexit” blijft een onbevattelijke hypothese die jammer genoeg heel goed mogelijk is. Het is dus zeer nuttig om vanaf heden, in uw overeenkomsten, het toepasselijke recht en de bevoegde rechtbanken op te nemen en uw overeenkomsten in het Engels op te stellen. Dit geldt voor uw klanten gevestigd op het Britse grondgebied.

Het biedt evenwel geen oplossing voor alle gevallen, meer bepaald niet voor een klant die na de opstelling van de overeenkomst naar Groot-Brittannië verhuist. Maar het is wel het beste wat u kunt doen, als u van mening bent dat het risico van een “no-deal Brexit” reëel is.

Voor vragen, te innen vorderingen: neem contact met ons op!

No-Deal Brexit en vorderingen op debiteuren in Groot-Brittannië

Wat gebeurt er na de Brexit met onze vorderingen op een onderneming of een persoon gevestigd in Groot-Brittannië? Naarmate de deadline van 29 maart 2019 nadert, lijkt een “No-deal Brexit” zeer waarschijnlijk. Hoe zit het dan met een schuldeiser in de (continentale) Europese Unie?
UK flag no deal brexit

 

Wat is een ‘No-deal Brexit’?

In 2016 leek het vanzelfsprekend dat Groot-Brittannië en de Europese Unie de gevolgen van de Brexit zouden analyseren en, vóór 2019, verdragen zouden sluiten, om de rechtsvacuüms op te vullen die onze buren door deze keuze gecreëerd hadden. Heden, 5 maanden voor de uiterste datum, heerst een algehele vaagheid, voornamelijk omdat de Britten verdeeld zijn over het vraagstuk dat ze gecreëerd hebben. De Brexit zal misschien plaatsvinden zonder enig akkoord (“no-deal”), en meer bepaald op juridisch gebied.

Een redelijke maar onzekere veronderstelling zou zijn dat de werking van de verdragen die van toepassing waren vóór 29 maart 2019, verlengd zou worden, tot de termen van een “hard” of een “soft” Brexit vastliggen. Velen verlangen vurig naar een verlenging, maar maken zich evenwel niet te veel illusies.

Wat met uw vorderingen op het Britse grondgebied?

Een verbintenis, aangegaan door een privépersoon of een onderneming, ongeacht de vestigingsplaats, blijft in alle gevallen gelden. Deze verbintenis moet natuurlijk duidelijk aangetoond kunnen worden. Een overeenkomst (of bestelbon, enz.) blijft essentieel. Als echter de uitvoering ervan afgedwongen moet worden, dient men te weten welke rechtbank bevoegd is en welke wetten gelden. Kortom, moet u zich wenden tot een Belgische of een Britse rechtbank? De huidige procedures, die gelden vóór 29 maart 2019, worden toegelicht in ons artikel “de Brexit en executie van vonnissen in het VK” van 27 dec. 2016.

Keuze van het toepasselijke recht en de rechtbank

Indien er geen akkoord is op 29 maart 2019 is het waarschijnlijk eenvoudiger om in de overeenkomst een bepaling op te nemen die (voor een klant gevestigd in Groot-Brittannië) bepaalt dat het recht van het land van de klant (Engeland, Schotland, Wales of Noord-Ierland) van toepassing is en dat voor elke betwisting een rechtbank van het land van de klant bevoegd is. Aangezien het Britse rechtssysteem doorgaans als betrouwbaar beschouwd worden, zal de schuldeiser op deze manier elke rechtsplegingsbetwisting kunnen vermijden en hopelijk niet te maken krijgen met een rechtsvacuüm.

Bovendien wordt aanbevolen om de overeenkomst (bestelbon, algemene voorwaarden, enz.) voor deze klanten in het Engels op te stellen. Hierdoor vermijdt men kosten voor een beëdigde vertaling (vertaling aanvaard door de rechtbanken maar verbonden met bijkomende kosten en termijnen).

En als het toepasselijke recht en de bevoegde rechtbank niet gedefinieerd worden?

Als uw overeenkomst hierover niets vermeldt, blijft het internationale privaatrecht van toepassing. In het kort komt het vaak voor dat het toepasselijke recht het recht is van de plaats waar de overeenkomst werd ondertekend (wat niet altijd makkelijk vastgesteld kan worden) en dat de bevoegde rechtbank voor de betreffende zaak de rechtbank is in de buurt van de vestigingsplaats van verwerende partij (hetzij, in ons geval, de persoon of onderneming die gedagvaard werd door de schuldeiser).

Dit betekent bijvoorbeeld dat het toepasselijke recht Belgisch kan zijn terwijl de rechtbank Engels is, wat voor verwikkelingen kan zorgen, en dus kosten en oponthoud. De Engelse rechtbank kan zich echter ook onbevoegd verklaren, terwijl de debiteur zich verzet tegen een verschijning voor een Belgische rechtbank. In dat geval is er geen oplossing in rechte en verliest de schuldeiser bijgevolg waarschijnlijk zijn vordering.

Conclusie

Een “no-deal Brexit” blijft een onbevattelijke hypothese die jammer genoeg heel goed mogelijk is. Het is dus zeer nuttig om vanaf heden, in uw overeenkomsten, het toepasselijke recht en de bevoegde rechtbanken op te nemen en uw overeenkomsten in het Engels op te stellen. Dit geldt voor uw klanten gevestigd op het Britse grondgebied.

Het biedt evenwel geen oplossing voor alle gevallen, meer bepaald niet voor een klant die na de opstelling van de overeenkomst naar Groot-Brittannië verhuist. Maar het is wel het beste wat u kunt doen, als u van mening bent dat het risico van een “no-deal Brexit” reëel is.

Voor vragen, te innen vorderingen: neem contact met ons op!

News